We hebben 22 gasten en geen leden online

Unieke bezoekers

4135198
Vandaag
Gisteren
Deze week
Tot en met vorige week
Deze maand
Vorige maand
Alles vanaf 13-11-2012
1244
1696
10173
4107522
37384
58608
4135198
Uw IP 54.80.60.91
Server Time: 2017-11-17 20:30:57

Donau-wijnboeren willen hogerop

 

Jury-ervaringen voor de Grand Cru in Krems

 

Ze zien er nog steeds het nut niet van in. Maar de Oostenrijkse wijnboeren langs de Donau hebben geleerd erin te berusten. Sinds 1961 is de oudere (en nu ook de nieuwe) generatie eraan gewend dat op hun etiketten niet langer staat dat hun wijnen zonder onderscheid uit de Wachau komen. Dat was de staat te grof. De hele regio werd opgesplitst naar de stroomgebieden van zijrivieren. Dus kennen we nu wijnen uit Kamptal, Kremstal, Traisental en Wagram. De eerste drie regio’s zijn intussen geclassificeerd als DAC, Districtus Austriae Controllatus. Dat is Latijn voor beschermde herkomst. Toch zijn niet alle wijnboeren daar content mee. Die zijn verenigd in de Traditions Weingüter Österreich en willen met Rieslings en Grüner Veltliners hogerop. Liefst naar de topklasse ‘Grosse Lage’. Welke wijnboeren daarvoor genoeg in huis hebben, beoordelen ze niet alleen in eigen kring. Vandaar dat ik eind augustus met zo’n 40 andere collega’s uit diverse windstreken mocht aantreden in Krems. Daar werden 132 wijnen van de jaargang 2015 beoordeeld die het al eerder tot het niveau ‘Erste Lage’ hadden geschopt. Van de ongeveer 1000 Donau-wijnboeren zijn er 62 tot die op één na hoogste classificatie doorgedrongen. Erste Lage staat voor premier cru en Grosse Lage voor grand cru. Of die ambitie verzilverd wordt, weten we over een paar jaar.


Wie nu gedacht had dat die opsplitsing in de Wachau te maken zou hebben met significante bodemverschillen van regio tot regio vergist zich. In geen enkel opzicht heeft die te maken met bijzonder geologisch onderscheid. In het Kamptal is net zo goed löss en kristallin te vinden als rivierdalen en hellingen bij de buren laten zien. In vrijwel elke regio kom je dezelfde variatie tegen. Een opvallende uitzondering daarop toont Heiligenstein in het Kremstal. Daar domineert zandsteen uit het geologische perm-tijdperk. Er staat overigens voor 98 % riesling aangeplant.

 

 

Anderhalve minuut

Wie 132 wijnen in 8 uur proeft, verdeeld over 2 dagen, krijgt er per uur ruim 16 te beoordelen. Bruto is dat gemiddeld 3,5 minuut per wijn. Daar moet dan nog de tijd af tussen opgevraagde en ingeschonken wijnen, het vullen en legen van glazen, de proefnotities, de pauzen en het invullen van de beoordelingslijst. Dan blijft er goed 1,5 minuut over. Hoe die beoordeling werd uitgedrukt was in Krems, waar we proefden in Fürst Metternichs Schloss Grafenegg, niet centraal geregeld. Het ging er uitsluitend om uit die 132 Erste Lage-wijnen de kandidaten voor de Grosse Lage te selecteren. De Traditions Weingüter denken dat daar 3 tot 5 % van de huidige premier cru’s voor in aanmerking komt. Ik hield 19 kandidaten van verschillende ‘sterkte’ over, waarvan -in mijn beleving- 5 als grootste kanshebbers. De deelnemende wijnboeren zullen dezelfde juryleden enkele jaren achtereen de nieuwste jaargang laten proeven om de resultaten zo neutraal mogelijk met elkaar te kunnen vergelijken. Bij de volgende ronde mag de beoordelingstijd per wijn wel wat royaler worden bemeten.


Weinig applaus

De vraag is welke van die wijnen de Nederlandse wijnconsument zouden kunnen bekoren. Er komt jaarlijks wel ruim 1,7 miljoen liter Oostenrijkse wijn (inclusief bulk) ons land binnen, maar in welke categorieën die waar te koop zijn, wordt zelfs door het CBS niet bijgehouden. In polderland wordt de ontwikkeling van de smaakbeleving voornamelijk overgelaten aan supermarkten. Daar slaat zo’n 70% van de wijndrinkers z’n flessen in, met een geringe keuze-mogelijkheid als het om Oostenrijkse wijnen gaat. Wie zo’n consument een Grüner Veltliner Erste Lage van een löss-bodem uit de Wagram voorzet, zal daar weinig tot geen applaus voor oogsten, terwijl het toch om een ‘premier cru’ gaat. Dat soort wijndrinkers willen de top-wijnproducenten langs de Donau ook niet aanspreken. Ze verkopen ‘klassieke, authentieke wijnen, met een duidelijke bodemexpressie’. Van een kwaliteit die niet per definitie garandeert dat zo’n wijn naar de smaak van de huis-, tuin- en keuken-drinker ook ‘lekker’ is. De makers moeten het dus van die overige 30 % hebben. In dat cijfer zitten niet alleen de ‘professionals’, maar ook alle anderen die met behulp van een geoefend palatum zulke wijnen hebben ‘leren begrijpen’. Wijn die deugt hoeft dus lang niet iedereen te bevallen. Kan bij ongeoefend palatum zelfs worden afgewezen. Dus daarmee moet bij het samenstellen van wijnkaarten ook rekening worden gehouden.

Klonen, terroir inclusief microklimaat en de hand van de wijnmaker bepalen voornamelijk hoe een wijn wordt ‘beleefd’. Daar zit een optimum aan, dat begrensd wordt door de kwaliteit van de geboortegrond. Bodemsoort, expositie en het weerverloop binnen de wijngaard kunnen niet meer bieden dan ze intrinsiek hebben toe te voegen. Dat betekent dus dat daarom alleen al de ene Riesling uit dezelfde regio nooit de ander zal worden. En omgekeerd.

 


Wat er opviel

Wat viel er tijdens deze wijnjurering op?

Iedereen vond het niveau van de aangeboden wijnen hoog. Er werd verschillend geoordeeld over de alcoholgehaltes bij deze jaargang. Vooral uit de regio Kamptal proefde ik verhoudingsgewijs veel wijnen met 14 %. Rieslings en Grüner Veltliners zaten over het geheel genomen overwegend op 13,5 %. Met als enige uitzondering een wijn uit Ruppersthal in de Wagram die 12,5 % op het etiket had.

Aan de alcoholbeheersing wordt hard gewerkt, verzekerde mij ‘Obmann’ Michael Moosbrugger van de Österreichische Traditions Weingüter. Maar bij de huidige klimaatgrillen is dat geen sinecure. Hinderlijk was dat hoge percentage bij de meeste wijnen overigens niet. Ten slotte gaat het om de balans en/of de hoeveelheid extract. En daar mankeerde het bij de ‘geslaagde ’wijnen niet aan.


Dan het houtgebruik. In deze streken meestal bescheiden in tijdsduur ( 2 tot 3 maanden gemiddeld) en zelden tot nooit opvoeding op barrique. Meestal is er sprake van ronding op grote vaten ( bijvoorbeeld 2200 liter) die jaren achtereen worden gebruikt en geen uitgesproken houtaroma’s meer aan de wijn toevoegen. In twee gevallen hadden Grüner Veltliners onaangenaam hout dat in de jonge wijn nog niet was ‘geïntegreerd’.


Wat zoetigheid

De discussie over zoetigheid bleef aan de bescheiden kant. Enkele Rieslings maakten duidelijk een zoete indruk. Eerder van restsuiker of wat mee geoogste, edel-rotte druiven dan van rijping op de ‘lies’ al dan niet met batonnage. Op die manier kunnen bittere smaken worden gemaskeerd. In de Wachau is het zelfs ( nog steeds) gebruikelijk lichtelijk te zoeten om bittere tonen weg te werken. Zodra het zoet bij de Erste Lage boven de nagestreefde harmonie uitstijgt, ervaar ik de wijn niet meer als ‘premier cru’, omdat de balans is verstoord. Is die correct, dan heb ik geen bezwaar tegen een (bescheiden) zoetje.


Op de organisatie, Wine & Partners met als opperregelaar Caroline Derler, heb ik niets aan te merken. De wijnen kwamen snel en op een correcte manier door. De ‘aankleding’ van de proeverij in de vorm van accommodatie, culinaire omlijsting en ontspanning (o.m. avondconcert van The London Symphonie Orchstra) liet niets te wensen over.


Tijdens de ‘Meet & Greet’-bijeenkomst kregen we 5 flights oudere jaargangen Riesling en Grüner Veltliner voorgezet. Daarvan vond ik Bründlmayers Zöbinger Heiligenstein Riesling 1995 ongeëvenaard. Nog uiterst vitaal, ongeblust fruit en fraaie balans.

 

Eigen top-5

Mijn persoonlijke top-5 jaargang 2015:

  • Weingut Bründlmayer: Langenois Heiligenstein Riesling (perm sandstein).
  • Weingut Franz und Andrea Proidl Kremstal: Grüner Veltliner Pellingen Senftenberg (kristallin).
  • Weingut Jurtschitz Langlois Kamptal: Grüner Veltliner alte Reben (löss).
  • Weingut Allram Strass Kamptal Riesling (schiefer, gneis).
  • Weingut Dolle Strass Kamptal: Grüner Veltliner (perm sandstein)

De wijnregio’s Wachau, Kremstal, Kamptal, Wagram en Traisental zijn goed waar te nemen vanaf het terras van de abdij Göttweig, het oude Benedictijner klooster nabij Krems, zo’n 500 meter boven zeeniveau.