Please update your Flash Player to view content.
Klik op de foto's voor een vergroting.
Cuno doet het anders
Hij pakt het iets anders aan, Cuno. Als wijnjournalist vindt hij wijn ‘het edelste alcoholhoudende goedje dat er op deze aardkloot wordt gemaakt’. En om dat betaalbaar binnen het bereik van iedereen te brengen, kijkt hij vooral naar wijnen tussen de 5 en 10 euro. Hoe dichter bij 5 des te minder de wijn. Meestal tenminste. Want trek je de vaste kosten eraf, dan blijft er bij de aangehouden ondergrens voor de drank zelf maar weinig over. In de gids 2010 valt tegen deze achtergrond op dat er verhoudingsgewijs veel wijnen tussen de 8 en 10 euro worden besproken. Zonder al teveel technisch jargon. Vaak in recht - voor - z’n - raap - taal. Want de auteur wil vooral laten doordringen dat gezellig en kwalitatief wijn drinken geen gewichtigdoenerij verdraagt. Dat is iets voor een generatie die nog net mee mag doen, als het dan tóch moet met stropdas. Die 8 euro betekent in oude munt toch nog 17,50 florijnen per fles. En daar mag je wel wat voor verwachten.Net als die andere gidsschrijvers bedient Cuno zich graag van olijke taal. Want de teksten moeten wel verteerbaar blijven. Anders biedt zo’n boekje niet meer dan een saaie opsomming van geselecteerde wijnen, die na enkele pagina’s al vermoeit. En zo’n gids naast je neerleggen zou Cuno alleen goedkeuren als je daaruit je wekelijkse wijn - aankooplijstje samenstelt. Het formaat van het boekje is zelfs op een boodschappentas berekend. En wie koopt meestal de wijnen in? Vraag het maar na bij de grutters.
Geen ‘troep’
Verschilt Cuno van zijn collega-gidsvullers? Ja, want zijn taal heeft een eigen ‘design’. Die is nu eens poëtisch of dromerig van toon, dan weer van een kleur waartegen de Kamervoorzitter zich zou verzetten. Van de 2000 geproefde wijnen hield Cuno 250 ‘favorieten’ over. ‘ Wat niet wil zeggen dat de rest troep was’, schrijft-ie erbij. Favoriet onder de gidsen vindt hij uitdrukkelijk de zijne. Want ‘zonder Cuno 2010 ga je eigenlijk de deur niet meer uit’. Bereikt de schrijver een doorbraak in de wijntaal? Niet helemaal, al heb ik de eerste sporen daarvan vorig jaar al gemeld. Als hij het over ‘bijtgrage citroenen’ heeft, denk ik eerder aan fruit dat graag ergens z’n tanden in zet, dan aan vruchten die zich met plezier van bijtend zuur ontdoen. En dat een Zuid Afrikaanse, sappige Cabernet Sauvignon in combinatie met een biefstuk ‘werkt als een tiet’ kan ik moeilijk als vernieuwende wijnspeak plaatsen.’Grootse en meedogenloze macho’, komt al in de richting. En met de term ’dikke Pavarotti-wijn’ nadert Cuno van ‘t Hoff de kern, al is er dan sprake van een pleonasme. Cuno heeft maar een paar trefwoorden nodig om zijn bevindingen te ‘vangen’. En dat lukt hem doorgaans aardig. Want het valt niet mee om afstand te doen van geijkte kwalificaties als ’vol’,’sappig’, ‘aards’ of ‘lekker’. En voor het overige leest de gids soepel en ben je 250 wijnen verder eer je er erg in hebt. Een simpeler compliment is voor een wijngidser nauwelijks weggelegd.(Kosmos Uitgevers Utrecht, ISBN 978 90 215 4640 7 )




