Klik op de foto's voor een vergroting.
Niet op de tocht
Stel je voor dat je zou doen wat in menig wijnboek wordt aanbevolen: "Wijn moet je liggend bewaren". In dat geval lig jij zelf op de grond met een voorraad wijn in je armen. Met zo'n grammaticaal ontspoord advies is de wijn allesbehalve gediend. Want wie wijn wil bewaren, houdt z'n flessen alleen maar goed als aan een aantal voorwaarden is voldaan.
Gemiddeld, weet ik van onderzoekers, hebben we maar een fles of zeven thuis liggen. Dat geeft een vals beeld over hen die aan de top van de grafiek zitten. Dat zijn nou juist huishoudens met (nog) niet vervulde kelderdromen. Ze zouden graag honderden flessen in een ideale ruimte opslaan, maar moeten met minder volstaan omdat ze daar geen plaats voor hebben. Meestal hebben ze net zolang gepast en gemeten dat ze wel enkele tientallen flessen hebben kunnen bergen.
Op fles rijpen
Is zo'n eigen opslag dan per sé nodig? Grote groepen wijnliefhebbers vinden van wèl. Ze brengen van buitenlandse reizen of van proeverijen bij importeurs geregeld bewaarwijnen mee, die ze minstens drie tot vijf jaar op fles willen laten rijpen voordat ze 'op dronk' komen. Kelderruimten reserveren bij een leverancier en de wijn op afroep laten verzenden vinden ze te omslachtig en niet vrij van transportrisico's. Dus zoeken ze naar mogelijkheden om thuis verantwoord een voorraad aan te houden. Een ondergrondse bunker in de tuin zou dan het mooiste zijn. Maar omdat daar doorgaans een stevige investering mee is gemoeid, valt dat idee bij menige liefhebber al af. Blijft over: in huis rondkijken naar mogelijkheden. Een deel van een kamer of een ingebouwde kast kunnen dan uitkomst bieden. Mits er een paar onmisbare voorzieningen worden getroffen. Éen daarvan is dat wijn absoluut tochtvrij moet liggen. Als ik nog denk aan die bevriende architect die mij in z'n Loosdrechtse huis vol trots z'n nieuwe opslag liet zien, 1.500 flessen in keurige houten rekken, dan moet ik altijd aan dié regel denken. Zodra we aan het proeven sloegen bleek er niet één fles meer te deugen. De hele voorraad was in azijn veranderd. Want onder de vloer van de opslag kabbelde gezellig het water van de Loosdrechtse plassen. En die vloer was niet tochtdicht. Schadepost: zo'n NLG 40.000,=
Niet in licht
Wijn moet liggen. Maar dan wel zó dat de ziel van de fles iets hoger ligt dan de hals. Zo blijft de kurk goed vochtig en krijgt zuurstof de geringste kans om de fles binnen te dringen. Een derde voorwaarde is dat de wijn donker ligt. Hoe meer de voorraad aan dag- of kunstlicht wordt blootgesteld, des te groter is de kans dat vooral witte en mousserende wijn eronder lijdt. Dus geen flessen in het houtvak bij de open haard omdat dat zo knus staat. Ook al niet omdat de temperatuur daar te sterk schommelt. Evenmin wijn in de keuken, waar hij wordt omgeven door etensluchtjes, of in een hok waar verf, benzine of agressieve schoonmaakmiddelen worden bewaard. Wie binnenshuis opslagruimte maakt moet ervoor zorgen dat:
de temperatuur constant blijft, liefst tussen de 5 en 18 graden en ideaal tussen 10 en 13;
de luchtvochtigheid tussen de 70 en 80 schommelt. Dat voorkomt uitdroging van de kurk en op de duur verkruimeling. Bovendien is het de remedie tegen het inkrimpen en uitzetten van de wijn;
de ventilatie voldoende is en afgestemd op de luchtvochtigheid;
de opbergruimte trillingvrij is. Dus geen lawaaiige machines, luide muziek of draaiende huishoudapparaten in de buurt. Anders kan vooral oude wijn worden beschadigd.
Binnenshuis kan een klimaatkast een andere oplossing bieden. Die zijn er in allerlei prijsklassen en typen. Bij de duurste kan de gebruiker de gewenste bewaar- of serveertemperatuur zelfs plankgewijs instellen. Er komt in ons land steeds meer behoefte aan opslagruimte omdat steeds meer wijnliefhebbers ook jonge wijnen minstens een paar maanden tot een jaar op voorraad willen houden. De statistiek leert ons wel dat 80 % van alle wijnen jong wordt gedronken, maar dat betekent nog niet dat die al direct na aanschaf moeten worden geconsumeerd.
Hoelang nog?
Rugetiketten op wijnflessen zouden overigens een stuk waardevoller worden wanneer daar standaard eens bewaaradviezen op zouden worden vermeld. Aan vrijblijvende kreten zoals: "Deze wijn is van klassieke druiven gemaakt en voldoet aan de hoogste eisen" hebben we niks. Wie wijn koopt wil liever weten hoe die is gemaakt, van welke druiven en vooral wanneer hij op dronk is en hoelang hij vervolgens nog kan worden bewaard. Sommige wijnleveranciers en importeurs zetten dat in hun aanbiedingspost, maar regel is het bepaald niet.
In Brussel hebben we een landbouwcommissaris en een voor consumentenzaken. Als die ons in overleg nou eens zouden verlossen van de bijna stupide volharding waarmee producenten en handelaren nietszeggende teksten op rugetiketten laten afdrukken, dan zouden ze bij wijnliefhebbers zeker in aanzien stijgen. Binnen de brave krijtlijnen van de bureaucratie is non-informatie blijkbaar beter beschermd dan waardevolle voorlichting. Een simpele aanduiding als: "Op dronk in 2005 en te bewaren tot 2008" zou al een flinke stap in de goede richting zijn. Waarom heeft de Europese wijnwereld daarvoor nog niet gelobbied? Nu is de consument zonder dagelijkse kennis van druivenrassen, oogstjaren en vinificatiemethoden zèlf nauwelijks bij machte om gericht een bewaarwijn in te kopen. Informatie bij supermarkten en slijters? Was het maar waar. Enkele goede vakmensen niet te na gesproken, is het daar met de voorlichting niet rooskleurig gesteld. Dus blijft de wijnliefhebber maar éen weg open: een beroep doen op consumentenorganisaties om Brussel wat dit betreft eens in beweging te zetten.



