Wijnconsument drinkt niet minder of beter
Hoor het ze nog zeggen. We drinken minder maar beter. Dat hebben we ook een paar jaar gedaan. Maar het merendeel van de polderlandse wijnconsumenten is daar al weer van teruggekomen. Er rollen wel geregeld opwekkende cijfers het land in. Maar die zijn voor velerlei uitleg vatbaar. Je kunt er van alles mee bewijzen. Ligt er maar aan wat er in de schijnwerpers moet. Nationaal bezien zijn we niet minder wijn gaan drinken dan, pak weg, twee jaar geleden.
Afhakers
Goed, er zijn afhakers. Die leyen teveel negatieve verhalen over wijn. Bij voorkeur van al die kwantumwetenschappers, die elkaar uit de zucht naar zelfpromotie en onderzoekbudget naar het hooggeleerde leven staan. Die publiceren al opzienbarende gezondheidsverhalen als een grijze muis zich in een paar druppels meuk verslikt. Gemakshalve houden ze dan maar vol dat de mens daarmee te vergelijken valt. En als je maar genoeg van dat gepriegel leest, ga je er ook nog in geloven. Een glas per dag verlengt je leven. Meer dan drie helpen je op weg naar het einde. En als je niet minstens een dag in de week droog staat, zijn die drie glazen nog teveel. Behalve met muizen moeten wijndrinkers zich ook voortdurend meten met geheelonthouders. Omdat die helemaal geen wijn drinken,krijgen ze niet die 5 jaar levensverlenging cadeau die de matige wijndrinker in het vooruitzicht krijgt gesteld. Dat heeft dan weer minder met de lever te maken dan met hart en bloedvaten. Kortom: elke maand worden we wel op zo'n quasionderzoek getrakteerd.
Argwaan
Een tweede categorie afhakers bestaat uit lieden die argwanend zijn geworden door al die berichten over schadelijke stoffen in de wijn. Die komen er meestal in omdat wijn ook moet worden verkocht als-ie ver beneden de middelmaat blijft. Of omdat er iets moet worden verdoezeld. En dus lezen we dat bepaalde Argentijnse wijnen tot nader order niet meer in bepaalde landen mogen worden ge
Plaats reactie