Klik op de foto's voor een vergroting.
Wijn uitgelicht
Tegenvaller voor wijnliefhebbers. De gloeilamp ziet op termijn het eeuwige licht. En wat moeten we dan? Europa ziet de energievoorziening in een zuiniger licht. En daarom is daar - in de dubbele betekenis van het woord - niet 'lichtvaardig' het besluit genomen dat wij ons consumptiegedrag straks anders over het voetlicht zullen moeten brengen. De boodschap kwam tot ons uit de mond van Germania’s grootste licht sinds de hereniging, bondskanselier Angela Merkel. Een vrouw met de uitstraling van een spaarlamp, die een nieuw licht over de landseconomie laat schijnen.
Als alternatief komt er nou iets in beeld waar niemand op zit te wachten. Zo’n naargeestig schijnsel dat zelfs de swingendste Italiaanse lampenier nog niet tot superontwerpen heeft geïnspireerd. Nu heeft die spaarlamp intussen wel het begin van een cosmetische evolutie ondergaan. Maar hij brengt ons nog altijd niet die lichtvoetigheid, waartoe paradijselijke composities als die in de Lichtstad ons verlokken.
Bezoeking
Wij gaan er straks eerst aanzienlijk op achteruit. Want wijnproeven bij kunstlicht wordt bij de valse schijn van de spaarlamp gegarandeerd een bezoeking. De kleur van het vergiste druivensap geeft dan een volstrekt misleidend beeld. En dat kan proevers ertoe verleiden een lagere dunk van een wijn te hebben dan hij in eerste aanleg verdient. Vervolgens brengt vals licht iedere wijnvriend op een dwaalspoor als die probeert aan de hand van de kleur een uitspraak over oogstjaar of behandeling te doen. En een derde nadeel kan zijn dat charlatans bij zwakke wijnen wellicht proberen bij lichtgelovigen in vertekenend licht een overwaardering uit te lokken. Daarom stel ik voor met onmiddellijke ingang Europabreed de regel in te voeren dat officiële proeverijen uitsluitend bij daglicht mogen worden gehouden. Weg derhalve met die sombere achterzaaltjes, waar geen lichtkoepel of andere vorm van ‘daglichttoetreding’ te bekennen valt.
Schijnwijn
Ja maar, werpt de verlichte garde ons tegen, wijn is toch meer dan kleur? De smaakbeleving bepaalt toch uiteindelijk de waardering? Dat hoort niemand mij ooit ontkennen. Maar wat we de laatste tijd weer aan ‘geense’ zijde van onze zuidgrens hebben ervaren, compleet met handleiding voor het brouwen van schijnwijn, toont aan hoe consumenten zich in (te) goed vertrouwen bij herhaling laten bedonderen. Wijn kan net zo goed met aromastoffen of versneden op smaak worden gebracht als met extractietechnieken en bijmengsels op kleur. De argeloze consument heeft daar geen notie van. Zijn enige houvast is een grondige analyse van het mengsel dat hem als voordelig is aangesmeerd. Ik ben ervan overtuigd dat er meer van dat soort wijnen in roulatie zijn dan wij proefondervindelijk in staat zijn vast te stellen. Maar dat deze manipulatie eerder uitzondering blijft dan regel, daar gaat de wijnliefhebber vooralsnog vanuit.
Op de rug
Dat daglicht voor het vaststellen van de natuurlijke kleur onmisbaar is, houd ik daarom staande. Daarmee plaats ik mij tegenover de wijngoeroes die beweren dat kleur niets meer zegt omdat die naar believen kan worden gefabriceerd. Ik heb bij hen ook al beluisterd dat het oogstjaar er lang niet altijd ‘toe doet’, waarmee de waarde van wisselend natuurlijk materiaal wordt ontkend. En een docent van de wijnacademie houdt tot op de dag van heden vol dat het vermelden van druivensoorten eerder op de rug van de fles, dan op het hoofdetiket thuishoort. Intussen is bijna 65 % van de wijnliefhebbers dat niet met hem eens.
Niemand durft
Nog even en die druivensoorten verliezen wereldwijd hun typiciteit onder druk van genetische manipulatie. Als die ooit wordt geaccepteerd, behoort wijndrinken dan nog wel tot de (veilige) levensvreugden? Op die dreiging wordt totnogtoe nogal lichtzinnig gereageerd. Maar toen ik laatst een befaamd Californisch wijnmaker vroeg waarom er nog steeds geen opsporingsproeverijen aan dit soort manipulaties worden gewijd, was zijn simpele antwoord: ‘Niemand waagt zich daaraan. Want er zijn zulke perfecte imitaties van echte, niet de eerste de beste wijnen, dat bij het proeven zelfs de vakman geen licht op gaat’. Daarom houden ze het liever bij wijnen die het daglicht kunnen verdragen. En gelijk hebben ze. Wil de laatste verlichte proever ook de spaarlamp uitdoen?



