Klik op de foto's voor een vergroting.
Proefgeheugen
Hoe bezorgt de wijnschrijver, wiens schoorsteen moet roken, zich een reputatie? Door kennis van zaken en inburgering bij de vetste netwerken. Zou je zeggen. Maar het kan ook door een mening die op een grijze dag met twee-seconden-lijm aan de juiste hersenkwab is gekleefd. En die dan niet meer voor voortschrijdend inzicht vatbaar is. Beide typen komen we binnen en buiten onze grenzen geregeld met proefverlof tegen. TBW-ers, zogezegd. Ter Beschikking van het Wijnwezen. Af en toe onder begeleiding van vrouwelijke ‘fotografen’, over wie ze dan thuis niks mogen weten. Maar vaak ook zonder. En juist die onbegeleide verlofgangers, zo leren ons alarmerende krantenberichten, kunnen wel eens gevaarlijk worden.
Zodra zich op de standaardkamer van een liefst gesponsord hotel de eenzaamheid van hen meester maakt, willen er wel eens rare reacties optreden. Zo trof ik eens een collega aan die om zes ’ s morgens in de Anjou al heimelijk bezig was jonge loten van wijnstokken af te rukken. Op het moment dat ik hem betrapte, had er al zo’n rij of tien aan moeten geloven. Toen ik hem vervolgens vroeg wat deze vernielzucht in hem wakker maakte, keek hij me verdwaasd aan en antwoordde: ‘Dit is geen wijngaard maar een verzameling zuurstokken. Wat daar vandaan komt is een belediging voor iedere fatsoenlijke rozee-boer.’
Echte rozee
Daaraan moest ik vandaag denken zodra wijnschrijver Nicolaas Klei mij in een ochtendblad had bericht dat hij op proefverlof de Bloem der Slijters had bezocht om daar over enkele flessen een gereputeerd oordeel te vellen. Nou, die bespreking mocht er zijn! Zij blonk uit in beknoptheid over wat er aan bloemrijke rozee naar zijn glas was overgeheveld. Eindelijk een ‘echte’ rozee, vatte Nicolaas het krachtig samen. Waarmee hij minder Bloemige slijters tot wanhoop drijft. Want die verkopen, in de afgeleide redenering van deze meukoloog (bochtkenner) hoogstens een gekleurd ontstoppingsmiddel, waarvan de blaas in een shocktoestand belandt. Nicolaas ziet zijn openbaringen ergens op een culinaire pagina weggedrukt, terwijl dit opzienbarende nieuws toch beter zou verdienen. Opdat het rozee-innemende deel van de natie (nu al 13,5 %) massaal naar de vinotheken zou snellen, waar het spul niet al te duur wordt aangeboden. Nicolaas zegt het niet met evenzovele woorden. Maar we hebben hier ongetwijfeld te maken met een ‘omfietswijn’, die zelfs de meest verwende SUV-kloot nog wel op voorraad zou willen hebben.
Antwoord
En wij, ervaren proevers? Vinden wij dat Nicolaas hier andermaal wijngeschiedenis heeft geschreven? Zijn wij met hem van oordeel dat het volk op deze volstrekt onafhankelijke selectiemethode zit te wachten? Of houden wij het erop dat hier een wijnschrijver bezig is zijn loopbaan een nieuwe wending te geven? Nicolaas heeft het antwoord in feite zelf al gegeven. Hij citeerde daartoe in zijn boek ‘Tot op de bodem’ de wijnzwavelhater Jules Chauvet: ‘Hoe meer ik over wijn lees, hoe meer ik besef dat ik er nauwelijks iets van weet’. Voor wijnconsumenten die met de handen in het haar tussen honderden flessen staan voorwaar een kompas om op te koersen. Soms kan een wijnschrijver beter met een baret van huis. Om het proef- en beschrijvingsgeheugen kosteloos warm te houden, dat Nicolaas hier gehonoreerd in de steek heeft gelaten.



