Zoeken in WijnWijs.eu

Weekdeals (300x250)
Eten & kookboeken (300x250)
Navigatiesytemen (300x250)

Wie is online?

We hebben 15 gasten en geen leden online

RSS-feed

Please update your Flash Player to view content.

Klik op de foto's voor een vergroting.


 

Wijn en meelopers

altWie van Yale University komt, wordt in de verenigde Staten doorgaans serieus genomen. En zeker als je daar als psycholoog een loopbaan hebt opgebouwd. Dat is de reden dat het boek: “Het geheim van genot” van Paul Bloom daar veel aandacht heeft gekregen. De man beweert in feite dat wij smaken, ervaringen en handelingen voornamelijk waarderen omdat we dat binnen onze cultuur hebben aangeleerd en in het brein opgeslagen. Wie aan de ene kant van de globe een broodje gemarineerde sprinkhaan eet, kan aan de andere kant voor primitief worden versleten. Zoals wij ook de Chinese liefhebbers van hondenvlees liever niet in een dierenasiel tegenkomen. Maar

Aanbeveling

Eigenlijk verrast dat niemand. Dat zijn we eigenlijk ook niet als Bloom over wijn als genotmiddel beweert: “Wijn smaakt voor velen zoals ze verwachten op grond van het etiket, de prijs of de aanbeveling van de sommelier”. Met zo’n uitspraak ben je van veel noodzakelijke onderbouwing af. Bovendien laat Bloom die in dit geval gelden voor ‘velen’ en dat is niet hetzelfde als voor ‘iedereen’. De auteur zegt hier met andere woorden: de impuls om van wijn te (kunnen) genieten veroorzaakt in oorsprong niet de proever zelf, maar degenen die hem aan het verstand brengen wat er aan wijn wel of niet deugt. Wijncursussen en proeverijen zouden dus de geijkte middelen moeten zijn om in de gecompliceerde wereld van natuurlijke en opgewekte smaken in te burgeren. Tenminste, dat is een gevolgtrekking uit Blooms redenering. Maar daar valt, net zoals op het letterlijke citaat zelf, van alles op af te dingen.

Genetisch

In de eerste plaats verwaarloost de man de genetische menselijke structuur, die in feite iedere smaakervaring conditioneert. Daarbij vallen in de praktijk grofweg twee stromingen te onderscheiden. De ene trekt meer naar zoet en umami dan de andere, die de zuur- en bitterlijn het sterkst is toegedaan. Vanuit die genetische patronen worden de voorkeuren voor spijs en drank en dus ook voor wijn gevoed.

Een ander recent Amerikaans onderzoek, waarbij Master of Wine Tim Hanni betrokken was, toonde overduidelijk aan dat liefhebbers van een ronde, licht zoete of dessertwijn nauwkeuriger waarnemen wat ze proeven en beter in staat zijn componenten van complexiteit in een wijn te onderscheiden dan de rest. En die anderen zijn vaak degenen die deze ‘betere’ proevers denigrerend afdoen als proefbarbaren, niet begiftigd met het palatumtalent, waarmee zij wijnen plegen te maken en breken. Met de onzinnigheid van die opvatting is nu eens en voorgoed afgerekend. Wie dus liever een evenwichtige, halfdroge sp

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen