Klik op de foto's voor een vergroting.
Wijnstotteraars
Praten zonder tekst op papier. Al jaren niet meer om aan te horen. Ook in de wijnbranche hapert, aarzelt of stottert de een al harder dan de ander. En wie op de beeldbuis nog van de cue mag voorlezen, heeft vaak nog dat onechte acteurstoontje, dat sprekers verbouwt tot een karikatuur van zichzelf. Wat is er in ons volk gevaren dat het merendeel vrijwillig is toegetreden tot het legioen van zins- en taalverkrachters, die luisteren tot een bezoeking maken?
Het begon een paar jaar geleden bij de opperste état major van defensie. Halverwege de zin stoppen en het struikelwoord herhalen.’Wij kunnen ons niet verooruuuuh veroorloven dat we uuuuuuuh onvoldoende uituuuuh uitgerust naar Uruzgan vertrekken’.
Verslaafd
Iedereen, op de bejaarde Willem Duys na, uuuuuht er nu stevig op los. En dan heb ik het niet eens over die verbale barbaren uit de voetbaldivisies die amper hun eigen naam nasaal kunnen uitstoten. Nee, zelfs de bekendste hotemetoten zijn inmiddels "in principe" verslaafd aan "uuuuuuh", "zeg maar", "om het zomaar eens te zeggen" en andere stoplappen. En wat er verder nog uit hun mond valt is vaak niet meer dan gesproken milieuvervuiling, waartegen zelfs het basisonderwijs geen voorbehoedmiddel meer levert. Nog even en de taal- en spraakvaardigheid van de inburgeringsdocent moet nodig in revisie.
Geen mens die het aandurft deze degenererende epidemie tot op de laatste kromme lettergreep uit te roeien. Ze houden hun ruiten graag heel en willen liever niet teveel volk laten weten waar hun kinderen op school gaan. En intussen woekert de epidemie voort, brabbelen gekleurd en ongekleurd hun eigen grammaticaloze geheimspraak en gaat ons dagelijks taalgebruik mank aan geprononceerde wanklanken van buitenaf. Daardoor worden steeds meer stamelaars met een couveusewoordenschat aangemoedigd in hun gang naar linguïstische aftakeling. De minister van Onderwijs staat erbij en kijkt ernaar. De publieke omroepen, die vinden dat voorbeeldwerking de kijkcijfers in de weg staat, corrigeren hun eigen taal- en uitspraakgehandicapten al jaren niet meer. De kampioenen in de media leveren de ondertitelaars of de platsprakige omroepsters bij de commerciëlen. Wat die uitbraken is "trendsettend" voor de notoire frikandelconsument. Steeds talrijker worden bovendien de 'Nederlanders' die er openlijk voor pleiten onze taal de nek om te draaien in ruil voor Angelsaksisch geknauw, dat ze aan de overkant niet eens verstaan omdat de sprekers het zelf verzonnen hebben.
Spraakziekte
Zo ver is het in het wijnwereldje nog niet. Maar ook daar grijpt de taalinfectie snel om zich heen. Er is al geen scherts-Master of Wine meer of het mag een godswonder heten dat hij een zin foutloos uit z'n strot krijgt. Driekwart van deze wijnheren (ik heb het allemaal geturfd) vervalt na elke drie woorden in een hinderlijk "uuuuuuuuuh", herhaalt vervolgens het verminkte woord en strompelt vervolgens naar het slot. Zo blijft er weinig hangen van de wijn-"boodschap" die de man ons had willen meegeven. Er zijn erbij die deze spraakziekte ook nog stofferen met een vettig randstadaccent, dat zo’n "sprekert" zelf aanmerkt als "beschaafd" omdat enige zelfkritiek hem nooit is overkomen. Accent? Daar heeft het zuiden last van. De rest van het land acht zich op dat punt onfeilbaar en misplaatst superieur. Wie het in zo’n wijnklas langer dan een half uur volhoudt, mag op mijn oprechte bewondering rekenen. En de hemel verhoede dat zo’n wijnfiguur ook nog eens een "syllabus" samenstelt waar geen syllabe van deugt.
"Nou dan..."
Zelf zitten ze daar trouwens niet zo mee. Toen ik er laatst een aansprak op het feit dat er van de dertig zinnen op een A-viertje minstens tien uit de rails waren gelopen, voegde deze wijnheer mij de volgende memorabele woorden toe: "Je snapt toch wat er staat?" Waarop ik voorzichtig knikte. Reactie van de inmiddels rood aangelopen wijnheer: "Nou dan..." Nu wordt niemand graag op gaten in zijn communicatieve vaardigheden betrapt. Maar in dit geval had ik mij een iets bescheidener antwoord kunnen voorstellen. Daarom heb ik meer respect voor die wijnimporteur die me vooraf de tekst van zijn mailing liet lezen en na mijn commentaar ruiterlijk besloot die voortaan uit te besteden. "Ieder z’n vak", zei-ie. "Als jij niet meer drinkt, zal ik niet meer schrijven". Het zal wel niemand verwonderen dat die afspraak "noch steets loopd".



