Zoeken in WijnWijs.eu

Navigatiesytemen (300x250)
Eten & kookboeken (300x250)
Weekdeals (300x250)

Wie is online?

We hebben 30 gasten en geen leden online

RSS-feed

Please update your Flash Player to view content.

Klik op de foto's voor een vergroting.


 

Gidsige wijnspraak

altWat heeft de voorraad-administratie in de polderlandse wijngidsen dit jaar aan wijnspraak-vernieuwing opgeleverd? Dat gaan we omstandig bestuderen. Want we moeten nou maar eens van die verroeste uitdrukkingen af waarmee de proefadel zijn voor- en afkeuren pleegt aan te duiden. Niets is zo blijvend als de verandering. Al voltrekt die zich maar traag als het om de ‘terminologie’ gaat, waarmee broodschrijvers hele wijn-dictionaires hebben gevuld. Laatstelijk mocht de omstreden wijnprofessor Rudolf Pierik nog van een werkje bevallen. Daarin heeft hij pogingen ondernomen om de ‘vertalingen’ van wijntermen niet nóg ingewikkelder te laten klinken dan die vaktaal zèlf. En zo kon de lezer dan kennisnemen van het glanzend achterhaalde feit dat ‘bodemsmaak’ niets anders is dan een ‘smaak die ontstaat als gevolg van het bodemtype’. Eindelijk eens licht in die duisternis. Wat hadden we zonder Pierik moeten beginnen? Dat geldt ook voor zijn definitie van: bourgois. De geleerde zet daar zonder enig moment van twijfel achter: ’zie onder cru bourgeois’.


En hoe zou het ons zijn vergaan als Pierik nooit zou hebben vastgelegd dat ‘afdronk’ een ‘smaakervaring is bij het uitspugen en/of doorslikken van de wijn’. Bij het uitspugen? En als je dan eerder spuugt dan de afdronk lang is? Tja, op zo’n situatie was deze wetenschapper niet bedacht. Op doordrinken had je hem misschien nog wel eens kunnen betrappen. Doordénken was hem alleen gegeven in simpel liggende gevallen. Neem nou deze ronduit geniale logica: "Edele rotting: wordt in Duitsland Edelfaüle genoemd. Edelfaüle: Duitse naam voor edele rotting”.

Nee, die Pierik blijft bij mij als hoogtepunt van overbodige wijnliteratuur op de boekenplank staan.


Tot zover ging het over wijnTERMEN. Veel nieuws is er sindsdien niet bijgekomen. Maar in de wijnSPRAAK is er wel degelijk sprake van ’creativiteit’. Allerlei wijnschrijvers van de nieuwe generatie hebben zich er met meer of minder succes al aan gewaagd. Dat daar af en toe zinsgedrochten uit voortkomen die passen bij de wegwerpliteratuur van vandaag, heb ik onze ’volgers’ al vaker voorgehouden. Desondanks blijf ik zoeken naar het type vernieuwers dat blijft proberen meer kleur te brengen in de sleetse wijntaal waarmee wij het al decennia hebben moeten doen. Om te beginnen heb ik daarvoor de bruisbijbel in zakformaat doorgenomen. Tot stand gekomen met ondersteuning van Grootheden uit Cuno’s Proefteam en recht voor z’n raap ‘Bubbels’ genaamd. Wat valt me daarin op? Om te beginnen dat de auteur herhaaldelijk bubbels proeft waar ‘niks mis mee’ is. Een uitdrukking die het volk in de mond bestorven ligt en daarom bijdraagt aan de ontdeftiging van het sprankelend genot. Anders wordt het wanneer aan de drank zelf voornemens worden toegekend, die eerder aan de bubbelmaker zijn voorbehouden. Zo lees ik dat het proefteam een cava ( Spaanse bubbel) heeft gekeurd, ‘die een oxidatieve stijl nastreeft’. En áls er al iets suikerigs in het glas wordt bespeurd, dan komt zo’n fles bubbels uitsluitend in  Cuno's galerij als er een ‘subtiel zoetje’ is waargenomen.

Minder subtiel is in de bubbel-almanak een uitdrukking die voor de ondeugenden onder ons een dubbelzinnige betekenis zou kunnen hebben: ‘Probeer maar eens culinair te vogelen’. Dan denk je onwillekeurig aan scènes uit de destijds opzienbarende Franse film La grande bouffe. Een gedachte die wordt geprolongeerd als je even verderop ziet staan dat een Loxarel brut 999 een ‘snoeperige’wijn is, ‘heerlijk zomers met opwaaiende jurkjes. Je kent het wel!’


De auteur is mij nog wel een verklaring verschuldigd voor het begrip ‘bubbels van tijdloze lengte’. Want een wijn-lengte heeft altijd een ‘duur’. En die drukken we weer uit in tijd. Mocht hij ‘onmetelijk’ hebben bedoeld, dan heb ik er vrede mee.


Samengevat: poptaal is iets anders dan wijnspraak-vernieuwing, waarvan ik ook in dit bubbelboekje weinig heb bespeurd. En daar werken ook zinnen als deze niet aan mee: ‘Champagne is de meest edele vorm van mousserende wijnen’. Dat laatste meervoud is geen bruisend taalgebruik. En wat doet die ‘vorm’ er eigenlijk toe. Voor een volgende druk beveel ik daarom deze bekorting aan: Champagne is de edelste mousserende wijn. En, om met auteur Cuno zèlf te spreken, die kan ‘achterlijk lekker’ zijn.
 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen