Klik op de foto's voor een vergroting.
Schrijfslaven ontwaak

Rechters zijn juridisch doorgaans waterdicht. Behalve als iemand daar een gat in slaat. Dat deed de ex-geliefde van een society-rechter in de bekende Chipshol-affaire. Daar zei ’s mans vroegere collega over: “Er zou niet geschuwd mogen worden te benoemen wat er in de omgeving wordt gesignaleerd.” In gewone taal voor de goede verstaander: pak misstanden liever aan dan ervan weg te kijken. In de dagelijkse journalistiek hebben we daarover niet te klagen. Helaas wèl in het circuit van letterbrakers die in wijnland graag voor journalist, columnist of criticus zouden doorgaan, maar in feite alles nalaten om aan gezapigheid te ontkomen. Ze hebben in hun geschriften één ding gemeen: een bijna ongeremd gebruik van het woord ‘lekker’. Om te worden wat ze nu niet zijn, zouden ze zich moeten overgeven aan waarheden waaraan ze niets verdienen. Of een uitgesproken mening moeten hebben, zonder dat daarin His Payers Voice doorklinkt. Vandaar dat hun media de promotie als hoogste goed reflecteren met slaafse klerken als trouwe slippendragers.
Verbijsterend
Enige tijd geleden heb ik eens bezien wat wijnschrijvers of hun betaalmeesters de lezers of digitale bezoekers als ‘nieuws’ voorhouden. Terwijl dat hoofdzakelijk uit zelfpromotie en preken voor eigen parochie bestaat. Of, erger nog, uit niet geverifieerde berichten, vaak van anderen gepikt zonder op de uiterste houdbaarheidsdatum te letten. Het resultaat was ronduit verbijsterend. Vandaar dat de term ‘nieuwsbrief’ bij deze media tot achterhaald communicatiemiddel is gedegradeerd. Wat erin staat is soms maanden oud, weken na de gemelde gebeurtenissen verstuurd, verkeerd vertaald of ontsproten aan de fantasie van onbetrouwbare nieuwsmakers. Ik krijg van een wijnblad zelf geregeld ‘borrelnieuws’,dat al eerder in andere media is opgedoken. Of quasi-nieuwsbrieven van omzetjagers waarin hoofdzakelijke eigen producten worden gesleten.
Geregisseerd
Los van die oud-bakkenheden komt het voor dat wijnschrijvers-bijdragen niet in vrijwilligheid, maar geregisseerd tot stand komen. Ze moeten een verplicht nummer ten beste geven waarop die broodheer dan weer omzet-belust kan inhaken. Zo verlagen ze zich tot schrijfslaaf voor een handvol zilverlingen. Anderen komen nooit verder dan de trieste hoedanigheid van wijntjesplugger. Ieder (verzonnen) verhaal mondt uit in een koopadvies. Wie die aanbevelingen een week opspaart en dan zou opvolgen wordt horendol van al dat geweldigs dat ‘ lekker, toegankelijk, fris, fruitig, betaalbaar en multi-inzetbaar’ aan te schaffen valt.
Allerbeste
Bekijk het maar, denkt die consument en hij gaat z’n eigen gang. Al is er nog nauwelijks een vrij begaanbaar pad tussen al die wijnhuizen en webwinkels, die op hun beurt weer uitroepen dat ze het ‘allerbeste voor u geselecteerd’ hebben.
Maar niet iedereen verkoopt z’n ziel voor geld, al moet de schoorsteen roken. Er zijn, godlof, ook wijnschrijvers die niet bij zo’n betaalautomaat blijven hangen. Die kiezen zelf hun onderwerpen. Bijvoorbeeld op een sociaal medium als Facebook, waar de grens niet bij 144 lettertekens ligt. Of op websites die niet de buikspreker zijn van geldschietende, maar van profijt doortrokken, commerciële souteneurs.
Zulke wijnjournalisten zijn er nog te weinig. Maar er gloort groei. In het voordeel van iedere Bedrogene die z’n buik vol heeft van gemakkelijke geldmakerij die voor 'nieuws' doorgaat. Met in het kielzog zogenaamde critici en columnisten, die het aan moed ontbreekt om het op een ander niveau te zoeken. Of onvoldoende klasse hebben om aan de commerciële verloedering te ontstijgen.



