Klik op de foto's voor een vergroting.
Wijnparadijs en taaldelinquent...
Chili, een paradijs voor wijnmakers. En lieden die daarover schrijven. Alle klimaten. Alle terroirs. Alle druivensoorten. Allerlei wijnmakers. De typering is wellicht wat algemeen, maar zit er dan toch dichtbij. Hoe dicht, heeft Cees van Casteren in zijn recente boek “Paradiso” overtuigend, systematisch en gedisciplineerd beschreven en geanalyseerd.
De verdienste van het boek, dat zeven jaar na het eerste over wijnland Chili verschijnt, is dat wijngebieden, wijnkwaliteiten en potenties doorgaans accuraat en uitvoerig staan beschreven. Daarvoor heeft de auteur in dit onmetelijke land honderden kilometers afgelegd en zo’n duizend wijnen geproefd bij een honderdtal wijnbedrijven. Het boek weerspiegelt in feite, op een enkel achterhaald gegeven over wijnroutes na, de stand van zaken tijdens zijn verblijf en biedt inzicht in toekomstige ontwikkelingen. De “trends” haalt de auteur uit gesprekken met vooraanstaande professionals uit de Chileense wijnwereld. Die voorzien dat er nieuwe, vooral koel gelegen terroirs in gebruik zullen worden genomen. En die zullen voornamelijk wijnen met fruit en finesse moeten bieden. De periode van zware, sterk geconcentreerde Chileense wijnen lijkt z’n hoogtepunt nu wel te hebben gehad. Die heeft overigens enkele niet te versmaden icoonwijnen opgeleverd, die nog steeds niet uit de toon vallen vanwege een achterhaald “design”.
Monotoon
Tot zover de positieve elementen uit “Paradiso” Want hoe disciplinair en systematisch dit werk ook is aangepakt, die ijver heeft niet kunnen voorkomen dat ook dit boek in z’ n toon en formulering geen sprankelende indruk achterlaat. De “paradijs”-beschrijver is tevens een taaldelinquent. En wel in die zin, dat hij een woordenbrij veroorzaakt die in zijn saaiheid en monotoniteit eerder slaap verwekt dan dat hij in staat is de aandacht van de lezer vast te houden. Eindeloze reeksen geografische aanduidingen en familienamen flitsen voorbij. Die van de vorige pagina zijn bij het lezen van de volgende weer uit je geheugen gewist. Feiten en wetenswaardigheden die op zichzelf correct zijn behandeld, dat zeker. Maar dat de presentatie van de uitvoerige materie je bij de les houdt, kan ik niet beamen. Er zijn ook geen flitsende passages die de eentonigheid doorbreken of een glimlach uitlokken. Maar dat laatste is bij deze auteur geen nieuws.
Creatief schrijven is niet iedereen gegeven. En daar helpt geen cursus tegen. Waarheden die bijna exemplarisch zijn voor dit boek. Het oogt aantrekkelijker dan het is. De korte beschrijvingen van bezochte wijnhuizen, als aparte inzetten in de pagina’ s opgenomen, dragen weliswaar bij aan de vitaliteit van het tekstbeeld, maar voegen amper iets toe. Bovendien staan ze lang niet altijd op de logische plaats, in dit geval de behandelde wijnregio. Ook hier weer feiten en nog eens feiten, meestal opgedist in de “men”-vorm, die de leesbaarheid per definitie al niet bevordert.
Dit soort opgedrongen leesconsumptie leidt al spoedig tot leesobstipatie, die niet bepaald naar een vervolg doet verlangen.
Het meest irritante van dit boek is wel dat het wemelt van de fouten tegen ordentelijk taalgebruik. In eerste instantie is dat de auteur aan te rekenen. Maar de eindverantwoordelijkheid ervoor draagt de uitgeverij INMERC, die ik daar inmiddels ook op heb aangesproken. Op een “wakkere’ eindredacteur heeft Cees van Casteren ditmaal niet mogen rekenen. En daarmee bezorgt het bedrijf z’ n goede naam toch een stevige deuk. Dat ik deze verschijnselen de laatste jaren in versterkte mate bij uitgevers bespeur, betekent niet dat er op elke slak zout wordt gelegd. Het ligt ook niet aan toenemende pietluttigheid. De oorzaak is doodgewoon laksheid, slordigheid en een afnemend taal– en stijlbeoordelingsvermogen bij de eindredacties. En het zou uitgeverijen sieren als ze ter verbetering van de situatie daarover eens in conclaaf zouden gaan. Bij ernstige en herhaalde fouten boet een boek voor de kritische lezer aanzienlijk aan waarde in. En bij een eventuele volgende druk blijven die missers vaak ook nog ongecorrigeerd. Veel zogenaamde “recensenten” maken daar geen melding van omdat ze hoogstens creatief met de flaptekst van het boek wensen om te gaan en zelden secuur lezen. Daardoor krijgen uitgeverijen vaak ten onrechte het idee dat ze een gaaf product in de markt hebben “gezet”. Nee dus.
Misgelopen
Ik voel er weinig voor om hier paginagewijs een opsomming te geven van alles wat er is misgegaan in “Paradiso”. Wel kan ik enkele categorieën fouten met voorbeeld aanduiden die typerend zijn voor deze scribent. Hier volgen ze:
Zinnen die mislopen door het verkeerde gebruik van “ naast” of “ daarnaast”. Naast investeren steekt hij veel energie in... Hij plantte aan en daarnaast liep men voorop...
Naast druiven in de eigen wijngaard werkt men ook samen...
Herhaaldelijk verkeerd gebruik van "terwijl" waar dat staat voor gelijktijdigheid.
Foutief gebruik van "niet in het minst"als het moet zijn “niet het minst”.
Vreemde beeldspraak: Investeringen hebben het roer omgegooid...
Problemen met voornaamwoorden. “Men” wordt met meervoudsvormen vermengd in dezelfde zin. Leest moeizaam en nodigt niet uit tot doorgaan.
Vaak dezelfde woorden in een paragraaf. Meest voorkomend werkwoord of vorm daarvan: aanplanten... De auteur houdt niet van synoniemen of kent ze niet. Dat maakt de tekst eentonig.
Slordig denkwerk bij het schrijven: Pais werd aangeplant als miswijn...
Verkeerd gebruik van vergrotende of overtreffende trap: meer eenvoudig, in plaats van eenvoudiger. Meest prachtige in plaats van prachtigste.
Accenten op Franse hoofdletters die daar niet horen
-
Gegoochel met onderwerp van de zin: Een week te lang op eiken vat en vanille of toast kunnen jarenlang het fruit domineren... Hier ligt niet de wijn, maar bevinden zich vanille en toast op vat...



