Klik op de foto's voor een vergroting.
Wijn bewaren
Maar een gering percentage Nederlanders bewaart met recht en reden wijn in een deugdelijke kelder. En bewaren is iets anders dan opslaan. Want daarmee bedoelen we: wijn een aantal jaren opleggen. Opdat de flesinhoud drinkbaarder uit de kelder komt dan-ie erin is gegaan. Opslaan is niets anders dan een voorraadje wijn aanleggen, dat je voor kortere tijd achter de hand houdt. Om er vrienden en bekenden op te vergasten. Al of niet bij een sociaal "etentje".
Dat soort wijnen kan maar kort kwaliteit houden. Ze zijn er meestal op gemaakt om nog in het aanschafjaar te worden opgedronken. Ze worden er dus niet beter op als ze langdurig worden opgeborgen, al is die kelder nog zo ideaal ingericht. De meeste supermarktwijnen vallen onder die categorie. Bewaarwijnen, vins de garde zeggen de Fransen, hebben een degelijker structuur. Ze zijn vanuit hun druivensoort, type en klasse als het ware voorbestemd voor verdere ontwikkeling en verbetering op fles. Wereldwijd bezien is maar 5 % van wat er op de markt komt daarvoor geschikt.
Kwaliteitswinst
Maar of je nou oplegt of opslaat, iedere bergplaats moet aan bepaalde condities voldoen. Een ideale kelder, liefst een paar meter beneden het maaiveld, moet een constante temperatuur hebben. Liefst zo rond de 12 graden. Het moet er donker zijn. De wijn moet er trillingvrij kunnen rusten. En de luchtvochtigheid zou tussen de 60 en 75 % moeten liggen. Daarop kan best wat worden afgedongen. Maar wil de wijn niet in de gootsteen belanden, wordt sterk afwijken van die uitgangspunten toch niet aangeraden. Hoe dan voor elke categorie ook naar ruimtelijke mogelijkheden de optimale "overlevings"-omstandigheden worden bereikt, vertellen Frank Jacobs en Gert Crum in het leerzame boek "Wijn en bewaren, van trapkast tot wijnkelder". Zelf verstaan ze onder bewaarwijnen: "Wijnen met voldoende potentie, kwaliteit en kracht om minimaal een decennium – en soms nog veel langer – te kunnen worden opgelegd en daardoor aan kwaliteit te winnen". Ze sommen vervolgens een aantal - voornamelijk Europese - wijngebieden op die zulke wijnen produceren. Die opsomming lijkt me enigszins arbitrair, omdat ze de indruk wekt uitputtend te zijn. Mocht dat de bedoeling zijn geweest, dan wijs ik erop dat ik ook gebieden als Umbria, Mittelburgenland en Stiermarken tot voortbrengers van een aantal bewaarwijnen zou willen rekenen. Verder wil ik daar niet te zwaar aan tillen.
Afwegingen
De schrijvers besteden ook aandacht aan de opbouw van een wijnkelder, aan wijninkoop en aan kelderbeheer. En daarmee worden op dit terrein praktisch geen vragen onbeantwoord gelaten. Een boek dus dat echt helpt bij het maken van goede afwegingen, zowel bij het samenstellen van een eigen collectie als bij de bestedingen die daar, ook ruimtelijk bezien, bijhoren. Terzijde merk ik op dat in de afzonderlijke hoofdstukken duidelijk valt te onderscheiden welke auteur daarvoor heeft getekend. Ieder heeft een eigen taalgebruik en stijl. En er is niet geprobeerd daar meer eenheid in te brengen, als dat al wenselijk zou zijn geacht. De ene scribent uit zich bloemrijker, minder houterig en bondiger dan de andere. Daardoor tekent zich in die hoofdstukken ook een gradatie van leesbaarheid af.
Herhalingen
Jammer dat ook in deze Spectrum-uitgave de eindredactie niet van maximale vakbekwaamheid getuigt. Zo heeft zij paragrafen laten passeren, waarin de betrokken auteur zichzelf nogal eens herhaalt, zij het dan in andere bewoordingen. En de manuscripten zijn andermaal weer onzorgvuldig van taal- en stijlfouten gezuiverd. "Open deuren" ben ik ook tegengekomen. Zo rijpt wijn op grotere flessen trager dan op halfjes. En als je wilt weten hoe groot je voorraad nog is, moet je iedere opgedronken fles uitboeken. Daar kan geen speld tussen, nietwaar? Een enkele uitspraak mag op weerwerk rekenen. Zo gelooft niet iedere wijnexpert dat wijn oudert omdat de kurk zuurstof doorlaat. Wijn evolueert ook onder een schroefdop en die ademt in het geheel niet.
Taalbloempjes
Nog enkele taalbloempjes uit dit boek, die de humor erin houden:
Wijn is het leukst door regelmatig nieuwe ontdekkingen te schenken. (een schenkende wijn dus en daarom kromspraak)
U betaalt tweeduizend euro en dient u rekening te houden met... (klassieke Tante Betje)
Een nadeel is dat u planmatig te werk moet gaan (dus liever chaotisch uw kelder inrichten)
Niks is zo leuk aan wijn om dat hoogtepunt te achterhalen. (spraakles helpt)
Uitzondering bepaalt de regel (Dat dacht je maar. Moet zijn: bevestigt)
Te vaak wordt een partij opgelegd om er vervolgens niet naar om te kijken (rare doelstelling)
Het ideaal is weggelegd voor...(nee, wel de vervulling ervan)
Zo optimaal mogelijk (vergelijk: zo zwanger mogelijk)
Bewaar u wijnen met mate (zelfs met een w achter de u weet ik niet hoe dat moet)
Belangrijkste argument om wijn op te leggen naar Jacobs en Crum: "Het is gewoon geweldig leuk". En onbetaalbaar lijkt mij ook dit advies: "U moet de wijnen als ze op zijn ook weer vervangen".
Samengevat: desondanks leerzaam, maar slordig op de markt gebracht. Opnieuw moet vooral de uitgeverij zich dat aantrekken.




