Geen wonder dat die Fransen minder Frans zijn gaan drinken. Want wat ik in de afgelopen maand aan ‘volkse’ wijnen heb mogen genieten, lijkt me niet voor herhaling vatbaar. Begrijp me goed: er zijn tientallen hoog geklasseerde en smakelijke Franse wijnen, die alle lof verdienen. Maar voor dagelijks gebruik is dat voor het gewone gezin budgettair niet haalbaar. Daar moeten ze het doorgaans hebben van de super of de buurteterij.

Eerst maar die restaurants. Daarover heeft zich jarenlang de mare verbreid dat die ons land culinair dik in de schaduw zouden stellen. Dat moet dan in het Land van Ooit zijn geweest. Want wat er nu op je bord komt in de gemiddelde burgerzaak is duur en afgezakt in kwaliteit. Hoofdgerecht onder de EUR 15 lukt nog zelden. Glas schenkwijn lijkt goedkoop, totdat je de eerste slok hebt genomen. Buiten de
Perigord Noir, Vert en Blanc, of wat daar zoal aan geografisch strooigoed te grabbel ligt, is het met de bourgeoiskeuken niet al te best gesteld. Goed, de rijke wijnboeren mogen er dan voor gezorgd hebben dat je als omzetbevorderaar niet ver van de lucratieve handel met goed fatsoen kunt eten, maar uitzonderingen blijven het. Alleen het sterrenrestaurant veroorzaakt nog de nationale culinaire schittering, al is ook daar de kwaliteit niet altijd onaanvechtbaar.
Gallisch
Kom me dus niet meer aan met al die verhalen dat Fransen liever niet in ons land werken, omdat wij in plaats van
‘cuisiniers’ alleen maar onsmakelijke maagkastijders zouden hebben met een te grote mond en te kleine porties. Achterhaalde verzinsels van verwaande
‘toques’. Want van dat soort ‘gearriveerde’ Franse prietpretentie-patrons word IK nou Gallisch. En dat geldt al net zo hard voor die darmontregelaars die ze bij hun hap voor huis-‘wijn’ laten doorgaan.
Vin de Pays des Coteaux de Glanes, als je die ooit hebt kunnen slikken, is er nog heilig bij. Rood afbijtmiddel dat de
pichet nooit had mogen halen. Of je nu in
Nord Pas de Calais komt, de
Haute Vienne of de
Quercy, zelden krijg je daar ander sap ingeschonken dan dat spul waarmee je zelfs een doorgewinterde alcoholist geen (herinnerbaar) plezier meer doet. Lafhartige vloeistof, waaraan iedere geur of smaak ontbreekt. Zelfs de
Logis de France-hotels van de betere klasse bezondigen zich daaraan. Wat in het glas komt is steevast ordinair astringent, om het eens kuis uit te drukken.
Stiekem blij
De Franse regering is daar stiekem blij mee. Want die handel in schaam-je-rot-wijnen zorgt er intussen wel voor dat Fransen minder drinken. Daar draagt ook menige supermarkt z’n steentje aan bij. Ik heb er inmiddels zo’n twintig in verschillende landstreken bezocht met de bedoeling daar alman(i)akkerig drinkbare wijnen beneden de EUR 5 te vinden, omdat ook de meerderheid van ons volk daarbij zweert. Een Bergerac 2005, staalhard en wrang. Een
Fitou 2006 die direct de gootsteen haalde. Een
Fronton 2006, die eerder het spuwen dan het slikken aanmoedigt. Een
Corbières 2005, waarvan de wijnmaker een boete zou moeten krijgen voor een aanslag op het menselijk fysiek. Toppunt van verval was een Côtes du Rhône 2006, bij de grootste supermarkt van
Souillac in de aanbieding. Groen, foute aroma’s, onaangename tannines, waterige structuur, erger dan drie keer niks.
Prijsbederf
Zo zou ik nog even kunnen doorgaan als ik met deze willekeurige steekproef al niet voldoende zou hebben toegelicht dat onder de EUR 5 hoofdzakelijk Franse meuk hoogtij viert in de supermarktschappen. Lof dus voor al die importeurs die onze almanakproevers uit liefst 2800 opgestuurde wijnen iets hebben kunnen leveren dat naar de smaak van de keurmeesters als drinkbaar kon worden genoteerd. Intussen loopt in
la doese franse het aantal ondermaatse wijnboeren op, dat wegens benedenwaarts prijsbederf bij supermarkten in beeld komt. Zelfs de
‘appellations’ zijn al aan het verloederen, berichtte dezer dagen de Franse consumentenbond. Schappen vol onverkocht FRANS bocht getuigen van een inkoopstrategie die daar binnenkort ongetwijfeld zal mislopen. Want ook Franse consumenten hebben de kwaliteit van de concurrentie leren kennen. De Californische Zinfandel 2005, die ik nog beneden de EUR 5 bij een Franse Lidl uit het schap haalde, sprak in dat opzicht voor zichzelf. Daarom voorzie ik binnenkort een nieuwe afzetcrisis. Boeren mogen dan van twijfelachtige voorraden af zijn, nu stagneert in de winkels de omzet van de droefenis die daar voor wijn moet doorgaan.
Conclusie: de zaak is uitsluitend oplosbaar wanneer de scheppers van dit non-wijn-paradijs landsbreed buiten spel worden gezet. Beroepsorganisaties die daaraan totnogtoe niets hebben gedaan, moeten maar eens hard worden aangepakt.