Please update your Flash Player to view content.
Klik op de foto's voor een vergroting.
Wijnschrijverij kan niet meer buiten gedragscode (Deel 2)
Omzet kleurt ‘onafhankelijkheid’
De wijnschrijverij geeft er bij tijd en wijlen blijk van zonder gedragscode niet naar behoren te kunnen functioneren. Dat daar zelden correctiemaatregelen op volgen neemt niet weg dat zich in dat netwerk feiten en gedragingen voordoen, die binnen de journalistieke gedragscode zouden worden afgewezen, zo niet openlijk aan de kaak gesteld. De wijnschrijverij beweegt zich steeds nadrukkelijker in de richting, waarvan de onafhankelijke (wijn)journalist zich met recht en reden afwendt: die waarheen de meeste euro’s rollen.
In een variant geformuleerd: (wijn)journalisten opereren onafhankelijk (dus niet a priori op geldelijk profijt gericht) met de bedoeling de waarheid of delen daarvan niet te verdoezelen, maar aan het licht te brengen. Wijnschrijvers zoeken naar omzet en zijn in dat opzicht niet afkerig van commercie. Er zijn erbij – de beteren niet te na gesproken - voor wie geloofwaardigheid minder prioriteit heeft dan ‘aanzien’ in het geld- genererende circuit. De schoorsteen moet roken. Daar ligt voor hen de prioriteit.Vermoeden
Wie zich niet aan de journalistieke gedragscode houdt, wordt in vakkringen gediskwalificeerd. Wijnschrijvers die omzet boven objectief gedrag stellen vrijwel nooit, want van tuchtrechtspraak zijn ze niet gecharmeerd. Ik zeg met nadruk: vrijwel, want het ziet ernaar uit dat recente gebeurtenissen stof voor een serieuze discussie over het functioneren van deze groep gaan opleveren. Zo publiceerde de NRC onlangs een artikel waarin een bekend wijnschrijver voor de voeten werd geworpen dat hij optrad met verschillende petten op, zonder die voor eenieder overtuigend uit elkaar te houden. Het ging over een door hem eerder de grond uit geschreven Zuid-Afrikaans wijnproject. Terwijl de man daar thans zelf financieel in participeert, heeft hij daarover nog kortgeleden een artikel laten verschijnen in een blad van een luchtvaartmaatschappij. Hij praatte bij die onderneming tevens de wijn binnen. De publicatie leverde de schrijver het verwijt op ‘selectief’ met de feiten om te gaan. Over negatieve zaken werd, aldus destijds een artikel in de NRC, met geen woord gerept. Bovendien werd de combinatie certificaathouder en vermeend ‘huis’-publicist niet overal gewaardeerd. Het FIJEV-secretariaat zei mij daarover: zelfs het vermoeden van belangenverstrengeling had hij niet moeten laten rijzen, ook al houdt deze schrijver op z’n eigen website nog zo nadrukkelijk vol dat hij correct en integer heeft gehandeld.Selectief
Er zijn mij nog andere feiten opgevallen, die het onderscheid tussen de ‘willige’ wijnschrijver en de onafhankelijke wijnjournalist markeren. Wat te denken van een pennenvoerder die zich laat betalen voor wijnpresentaties en bij zijn optreden iedere kritiek op het besproken wijnland vermijdt om de opdrachtgever niet tegen de haren in te strijken? En hoe te oordelen over de ‘ecrivin’ die een boek schrijft dat wijnboeren hebben gesponsord op voorwaarde dat alleen de ‘betalers’ er prominent in voorkomen? Waarom nog respect opbrengen voor een wijnpublicist die vanwege niet onaanzienlijke ‘thuisleveranties’ stelselmatig aardig schrijft over de afzender van dat moois? En wat voor indruk maakt een wijnschrijver die voor een supermarktkrant wijnen de hemel in prijst en ze vervolgens als jurylid in een wijnpanel verguist? De Franse tak van dit gilde onderscheidt zich nogal eens bij het uitbrengen van wijngidsen. De beoordelingen zijn dan ‘gesponsord’. Een droeviger vorm van wijnschrijverij is nauwelijks denkbaar. Ik zwijg dan verder maar over de uitsluitingstechnieken van opdrachtgevers, wijnvoorlichtings- en PR-bureaus die in dit netwerk aantoonbaar en met regelmaat worden toegepast. Geen dikke maatjes met het huis: dan ook geen werk, schnabbel of wijnreis. Het wordt tijd dat die vriendjespolitiek eens openlijk aan de kaak wordt gesteld.Rekkelijk
Wijnschrijvers moeten het vooral hebben van de populariteit die ze in het commerciële circuit hebben opgebouwd. En daar blijkt de ‘waarheid’ nogal eens kneedbaar of rekkelijk. Wie daar al te zwaar aan tilt, mag niet rekenen op een dikke opdrachtenportefeuille. Ouwe jongens – krentenbrood, dat werkt pas echt. Zie de foto’s in de media, waarop deze scribenten geregeld met wijn- en bubbelmagnaten figureren. Daar is niets tegen als het om echt ‘nieuws’ gaat. En dat wordt nogal eens ‘verward’ met productreclame. Zelfreiniging in eigen gelederen is ‘not done’. Fout gedrag? Dat is iedereen volgende week al vergeten.Geen pardon
Juist die bagatelliserende houding maakt het noodzakelijk dat die gedragscode er nu spoedig komt. De eerder genoemde ‘Circle of Winewriters’ is daarin met een strikte ‘constitution’ al voorgegaan. Zo’n gedragscode voorkomt ook dat commerciële opdrachtgevers hun spreekbuizen op ‘gewilligheid’ selecteren. En dat iedere wijnschrijver maar doet wat hem goeddunkt en daar straffeloos mee wegkomt. Er zijn wijnpublicisten die zichzelf als onmisbaar gangmaker bij wijnevenementen aanbevelen op persoonlijke websites. Laat ik ze maar wijnceremoniemeesters noemen. Die manier van ‘selfadvertising’ is nog wel overkomelijk, als daarmee objectiviteit en onafhankelijkheid van de ingehuurde zouden zijn verzekerd. De dag dat ik dat mag meemaken moet nog aanbreken. Aan de zijlijn lopen dan verder nog een aantal kleine zelfstandigen rond, die er een talent voor hebben geregeld met een doos vol onbetaalde flessen een proeverij te verlaten. Die uitvreters zouden met behulp van zo’n code voorgoed uit het veld kunnen worden gestuurd. Dat geldt ook voor die eeuwige ‘masters of free lunch’, die wel visitekaartjes afgeven maar nooit een relevante letter publiceren, of er zich niet kostendekkend met een paar onbenullige regels vanaf maken.Onderscheid
Een serieus wijntijdschrift maakt een strikt onderscheid tussen de in onafhankelijkheid verworven redactionele inhoud en de commercie, die het financiële draagvlak voor verschijning levert. Anders gezegd: de redactionele inhoud mag in geen enkel opzicht aan een commerciele bron worden gerelateerd. Maar hoe ‘onafhankelijk’ wordt een blad in de lezerskring ervaren als de teksten van proefnotities of delen daarvan letterlijk zijn terug te vinden in wijnadvertenties? En zijn reportages wel zo objectief als ze lijken wanneer wijnconsortia of de streek waarover het in die verhalen gaat daarin stevig hebben geïnvesteerd? Een rechter kan zich ook niet veroorloven snoepreisjes aan te nemen van een club die onderwerp is van een aan zijn juridisch oordeel onderhevige zaak. Je kunt je afvragen of de slikker van dat soort teksten als onbevangen lezer wel in de gaten heeft dat hij aan de leiband van de soms talentvol gemaskeerde commercie loopt. Of dat proefnotities vriendelijker van aard en inhoud kunnen zijn naarmate de sponsor dieper in de buidel heeft getast.Schandpaal
Met een gedragscode kan worden bereikt dat wijnschrijvers die zich hiervoor bewijsbaar lenen disciplinair worden gestraft en aan de schandpaal komen. Die code kan er bovendien toe bijdragen dat bij ‘het publiek’ allerlei misvattingen verdwijnen over wijnschrijverij en wijnjournalistiek en foute vergelijkingen daartussen. En dat het aanzienlijke onderscheid tussen belanghebbend en onafhankelijk publiceren duidelijk wordt. Kort geleden schreef zo’n onuitroeibare ‘foodlogger’ met nationale geldingsdrang nog: als je schrijft wat een wijn met je doet en wat je er het beste bij kunt eten, dan pas ben je met goeie ‘journalistiek’ bezig. Definities naar je hand zetten, noemen ze dat. Egotrippers met oogkleppen gedijen het best in het land der blinden. Op de veiling riepen ze vroeger in zo’n geval: "Doordraaien die hap". Zo is tenslotte ook de tomatenpuree de wereld in geholpen.Wordt vervolgd.
Klik hier voor Wijnschrijverij kan niet meer buiten gedragscode - deel 1
Klik hier voor Wijnschrijverij kan niet meer buiten gedragscode - deel 3




