Please update your Flash Player to view content.
Klik op de foto's voor een vergroting.
Wijnschrijverij kan niet zonder gedragscode (deel 3 en slot)
De dubbelfunctie van de ‘baas’
Moet het feit dat een hoofdredacteur van een wijntijdschrift zich encanailleert met een wijnhandel bij het grootste dagblad lezers verontrusten? Dat hangt van een aantal gedragingen af. Ten eerste: wat is het precieze aandeel van die hoofdredacteur in die nieuwe ‘wijnclub’? Gaat hij zich met de selectie van de wijn zelf bezig houden, rechtstreeks met de handelswaar dus? Of uitsluitend met de voorlichting en beschrijving daarvan? Hoe commercieel wordt de sturende werking van ‘proefnotities’ dan? En in hoeverre wordt het overeengekomen honorarium straks afhankelijk van het inspanningsresultaat?
Volgende vraag: is deze hoofdredactionele bijbaan (of schnabbel) in al zijn mogelijke repercussies voorgelegd aan de ‘redactie’ van het wijntijdschrift en daar eventueel goedgekeurd? En als dat laatste het geval is, hoe is dan geregeld dat de wijnactiviteiten van het ochtendblad op geen enkele wijze de inhoud van het wijntijdschrift zullen beïnvloeden? Is er straks periodieke controle? Moet de hoofdredacteur zich geregeld verantwoorden? Of heeft die ‘redactie’ rechten, plichten en gedragingen (nog) niet vastgelegd in een officieel redactiestatuut? Al vaker hebben dubbelposities de geloofwaardigheid van meervoudige pettendragers aangetast. En voor een wijntijdschrift dat zich nadrukkelijk als ‘onafhankelijk’ afficheert, lijkt het mij eens temeer van belang dat die kwalificatie niet de verdrinkingsdood tegemoet gaat in communicerende vaten. Overigens is het dit blad nooit gelukt waterdichte garanties op die onafhankelijkheid af te geven.Toonaangevend
De grootste ochtendkrant zelf kondigt de samenwerking met de tijdschrifthoofdredacteur aan, alsof er geen enkel probleem wordt voorzien. Dat past ook niet bij de introductie van een wijnhandel, pardon wijnclub. Het belang van een ‘goede keuze’ wordt de wijnconsument daar als belangrijker doel gepresenteerd dan de voorziene omzet. Wie lid van de wijnclub wordt, krijgt een ‘kwaliteits’-aanbod in het vooruitzicht gesteld, dat ‘onze wijnexperts’ dan aanbieden ‘voor prijzen die u elders niet zult aantreffen’. Dat wordt dus Lidl naar de kroon steken, maar dan met betere waar. De clubchef zegt erbij dat de wijnen ‘toonaangevend’ zijn voor hun geboortestreek. Datzelfde adjectief gebruikt de club ook voor het wijntijdschrift. En dat terwijl de uitgever toch eerder publieke twijfel aan de juistheid van die term heeft kunnen registreren. De kritiek kwam erop neer dat ‘toonaangevend’ nu eenmaal niet past bij sponsoractiviteiten, die wijnartikelen soms tot slim versluierde advertorials kunnen ‘verbouwen’. En die worden bij voorkeur in kringen van belanghebbende ondernemers omarmd. Dat geldt zowel reportages en wijnreisverslagen als pagina’s die productreclame bevatten, zonder dat de lezer dat direct in de gaten heeft.Prestige
De strikte grens, zoals de kwalitatieve journalistiek die tussen redactie en commercie in acht neemt en die ook het fundament is voor waarheidsgetrouwe berichtgeving, is bij wijntijdschriften zelden waarneembaar. Bovendien doet zich hier het opmerkelijke verschijnsel voor dat de ‘redactie’ veelal - en dan in hoofdzaak - bestaat uit wijnschrijvers en niet uit journalisten. Die loslopende scribenten werken niet in een ‘gezagsverhouding’ tegen een salaris, maar op afspraak tegen een ‘verrichtingen’-tarief. Een tijdschrift dat zo werkt heeft ook minder van een evenwichtig journalistiek eindproduct dan van een gekafte hoeveelheid individuele bijdragen van wijnschrijvers, die als prioriteit hebben dat de schoorsteen blijft roken. Dat hoeft niet uit te sluiten dat die schrijvers toch met hun blad zijn ‘begaan’ en in ieder geval wensen te waken tegen identiteitsverschrompeling van het tijdschrift. Ook al omdat zij anders persoonlijk prestige inleveren dat zij aan het redactielidmaatschap verbinden of ontlenen. Daarom is het meer dan voorstelbaar dat de nu ontstane situatie: hoofdredacteur laat zich ook elders in de wijn betalen, de gezamenlijke redacteuren ertoe brengt het tijdschrift tegen sluipend verkleuringsgevaar te behoeden. En wel met een statuut dat vooral DAARTOE strekt. Fraai lint
Intussen vraagt de achterban van het wijnblad zich al op blogs en andere manifestatiepodia af waar deze ontwikkeling toe leidt. De ‘deal’ heeft voor het ochtendblad onder meer als voordeel, dat er een proefvaardige ‘expert’ wordt binnengehaald, die ‘als enige Nederlander’ lid is van de Europese Grand Jury. En fraai lint om de verpakking dus. Als uitgever zal deze ‘expert’ ongetwijfeld hopen dat lezers van de ochtendkrant nu ook het wijntijdschrift in huis willen halen, zodat het mes van twee kanten snijdt. Maar dat zou een misrekening kunnen blijken, wanneer de wet van de eerder genoemde communicerende vaten straks de verkeerde effecten heeft. Daarom vrees ik deze hoofdredacteur bij het begin van deze operatie niet het voordeel van de twijfel te kunnen gunnen, hoezeer ik daar uit respect voor zijn huidige werk ook toe neig. Een gedragscode voor wijnschrijvers (want tot dit gilde behoort ook hij) zou ook hier hebben kunnen voorkomen, dat dubbelfuncties, onvoldoende gewaarborgd tegen eventuele ontsporingen kunnen worden uitgeoefend.Ergernis
Er zijn wijnschrijvers die er geen belang bij hebben op basis van gedragsregels te functioneren. Ze laten liever alles bij het oude, zodat geen enkele instantie hen op (dis)functioneren kan aanspreken. Maar er zijn ook collega’s die er anders over denken. Die integriteit in hun werk voorop stellen en zich geregeld ergeren aan het geldwolverige, soms onbeschaamde gedrag van lieden met wie zij ten onrechte publiekelijk over een kam worden geschoren. Daar zal ook het initiatief voor een gedragscode vandaan moeten komen. Het klimaat is er meer dan rijp voor.Klik hier voor Wijnschrijverij kan niet meer buiten gedragscode - deel 1
Klik hier voor Wijnschrijverij kan niet meer buiten gedragscode - deel 2




