Please update your Flash Player to view content.
Klik op de foto's voor een vergroting.
Piemonte in veelvoud
Over de bekendste nebbiolowijnen Barolo en Barbaresco, waarvan de staat de kwaliteit garandeert (DOCG), zijn wijnliefhebbers zelden uitgepraat. Ten eerste is er de tweedeling in de wijnmakerij: traditioneel en modern innovatief. Vervolgens krijgen we daarbinnen te maken met allerlei verfijningen die ik maar onder de term wijnstijlen zal samenvatten. Tot op zekere hoogte zit daar lijn in. Maar wijnmakers leggen doorgaans zoveel eigen accenten dat stijlovereenkomsten hoofdzakelijk te vinden zijn in houtgebruik, nadruk op de daar uiterst gevarieerde terroir of in fruitexpressie. Daarbinnen kan, gegeven de grenzen van het wijndecreet, worden ‘gespeeld’ met onder meer koude inweking, korte of langere maceraties, variatie in gistingstemperaturen, toepassing van klein of groot hout, al of niet gecombineerd, en tenslotte smaakbeïnvloedende gistculturen. Dan is er nog de filosofie van (leidende) wijnmakers.
Willen die een grote Barolo of alleen maar een grote wijn maken? Gaan die voor structuur, voor elegantie, voor balans? Of willen ze naar kampioenen die alles in zich verenigen? Streven ze naar een soort schilderij, waarvan de druif- en terroirkarakteristieken het overwegende kleurbeeld vormen, met de bedoeling een optimum aan complexiteit te krijgen? Of werken ze simpelweg met de gaven van de natuur die terroir en druivenras gezamenlijk bieden in geprononceerde aroma’s?Voor het zeggen
Een ontwikkeling die ik toejuich is in ieder geval de massale bekering van wijnboeren die het voorheen zochten in melanges met internationale rassen. Ze verloochenden daarmee wat ze intussen weer verheerlijken: de aard van de nebbiolo, die daar thuis is. Die druif heeft het nu nadrukkelijk voor het zeggen, zoals dat in andere streken van Italië de Sangiovese is overkomen. En dit ras manifesteert zich naar mijn smaak penetranter naarmate het samenspel van fruit en hout (met de tonnelier in een hoofdrol) beter wordt beheerst en subtieler verloopt, of het nu om een traditionalist of een modernist gaat. Er zijn producenten die vluchtige, astringente wijnen met lompe tannines maken. En er zijn er die de dimensie van de nebbiolo-aroma’s zo goed als ‘verpimpen’ op onzorgvuldig gebruikt nieuw hout, waardoor de wijn bijna een aangebrande smaak krijgt. Maar beide kampen kennen ook briljante wijnmakers. Ze hebben gemeen dat ze hebben geleerd hoe tannines aan het wijngenot kunnen bijdragen, in plaats van andersom. Daartoe zijn onder andere rijp materiaal en lange lagering geschikte middelen. De periode van keiharde wijnen, die toen uitsluitend in Slavonisch eikenhout door de tijd konden worden getemd, ligt- tot plezier van menige wijnconsument- voorgoed achter ons. De bewering dat Barolo’s en Barbaresco’s in hun jongere jaren niet te genieten zouden zijn, is volstrekt achterhaald. Zelfs bij de klassiek gemaakte, die nooit een barrique hebben gezien, onderscheid ik wijnen die geen decennia meer nodig hebben om op dronk te komen. Alleen: die smaken niet naar vanille of chocola, kenmerken van een minder geslaagde barrique-kuur.Toegankelijk
Dat is een positieve ontwikkeling, die bovendien gunstig uitpakt voor de inkoop en daarmee voor de horeca- en consumentenprijzen. De verwende wijndrinker van vandaag kiest in meerderheid voor toegankelijkheid, fruit en een aansprekende kleur, die Franse barriques bevorderen. Die vaten van 25 liter voegen bovendien wat zoet aan de natuurlijke tannines toe, waardoor de wijn zich wat ronder aandient. En daarmee laten deze top-Piemontes de twijfelachtige reputatie achter zich, die jarenlang op z’n minst overdreven is gehonoreerd. Frisheid, finesse en fruit, dat bieden nu de ‘modernisten’. De traditionelen investeren meer in het geduld van de ‘kenner’ die kiest voor het geijkte, zij het wat aangepaste proces. Die aanpassing heeft als pluspunt dat de natuurlijke tanninestructuur van de wijn niet nog eens wordt versterkt door extra looizuur dat Slavonische vaten vrijgeven.Goed overzicht
Een goed overzicht van al deze ontwikkelingen bood de presentatie van Piemonte-wijnen op maandag 26 november in Barbizon Amsterdam. Daar zagen we - overigens niet al te statische - classici als Aldo Conterno en Fontanafredda, naast de nieuwe generatie als Abonna en de recent begonnen familie Negretti uit La Morra. Van de vertegenwoordigde huizen presenteerde Italië-specialist Fred Nijhuis voor de Wine and Food Association een tiental die vooral de verschillen in jaargang, terroir en stijl accentueerden.Daarvan beviel mij vooral de Barbaresco Castello di Neive DOCG 1999 Riserva San Stefano, de eerste wijn die het nieuwe team daar heeft gemaakt. Krachtig en elegant. In de neus bloemig. Geslaagde rijping op barrique. Veel zoetig fruit, soepel, maar vraagt nog wat tijd.
Bij de Barolo’s hadden mijn voorkeur:
- Parafada 1999 DOCG Massolino, Serralungha d’Alba. Komt van 45-jarige wijnstokken, rendement niet meer dan 40hl/ha van kalk- en leembodem. Twee jaar op deels nieuwe barriques. Daarna een jaar flesrijping. Uiterst toegankelijk, soepel, slank en elegant, veel fruit en lange finale. Kost bij Bart Beemster nog net geen 30 euro.
- Barolo 2001 Aldo Conterno. Bloemige, krachtige wijn, viool en roos, fris, peperig en zwart fruit in de mond. Breed en goede lengte. Te koop bij Goessens Maastricht voor goed 41 euro.
- Over de hele linie proefde ik wijnen van bovengemiddelde kwaliteit. Daarvan verdienen die van Bruna Grimaldi (onder meer Barolo Badarina 2003 en ook de Barbera Superiore 2005, Werkhoven-Helming, Nieuwegein) als klassewijnen zeker een aparte vermelding.




