Klik op de foto's voor een vergroting.
De non-keuze
Hij is er niet vanaf te brengen. De Maastrichtse wijnkoper, proever en beschrijver Eric Sauter blijft in beeld met de "non-grand-cru-classé". Dat is een eigen vondst met bovendien een eigen spelling. Want dat tweede en derde verbindingsstreepje zouden in het "Groot dictee der Nederlandse taal" beslist fout zijn gerekend. Eric kan dat weinig schelen. Hij hutselt de streepjes in z'n recente mailing wat door elkaar en dat was het dan. Als het om wijn gaat is hij stukken strenger. Daar laat hij niet zomaar mee aanrommelen. En zeker niet in de klassen "grand" en hoger.
Prijsvriendelijk
Hoe staat het dan met de "non-grand"? Voor Eric is dat een plaatsvervangende topwijn, omdat wat daarboven komt doorgaans niet beter, maar wel onbetaalbaar is. "Non-grand" hoort, vindt hij, evenzeer in de bovenste registers van de smaakbeleving thuis, zij het met een vriendelijk prijskaartje. "Ooit", zegt Eric, zijn wij begonnen met enkele echte grands crus classë’s. Maar die werden na verloop van tijd te duur. Sindsdien hebben wij naar koopwaardiger alternatieven gezocht. En ook dit jaar hebben we een briljante vervanger gevonden. Een Haut-Médoc 2003 van Château Sémonion”.
Veel plezier
Aanschaffen, dacht ik, nadat mij het water in de mond was gelopen bij het lezen van de proefnotitie. Rijpe expressie. Verleidelijk zwart fruit. Fluwelen textuur. Ongekend vlezig. Schitterende merlot-nadruk. En meer van die Ericaans-dichterlijke verzuchtingen. Wat wil een mens nog meer? Een kanjer, die net zo goed lamschouder of gebraiseerd kalfsvees begeleidt, als stevige vissoorten, maar dan bereid in een saus van rode wijn. Je zult het nauwelijks geloven maar de prijs ligt stevig onder de EUR 10. Zet je daar een Moulis van Château Poujeaux uit een topjaar naast, dan is er in kwaliteitsniveau amper verschil, bezweert Eric. "Een hoog vin plaisir-gehalte", vat hij zijn persoonlijke bevindingen samen. En op zo’ n testimonium zal die wijn best worden verkocht.
Tegendeel
Toch klopt er iets niet met de betiteling. Want als je van "grand" overstapt naar "non-grand' betekent dat letterlijk niets anders dan dat iets groots verkeert in z'n tegendeel. En dat zal Eric zeker niet hebben bedoeld. In feite hebben we hier te maken met een mislukte poging om het alternatief voor een hoog geklasseerde wijn te vatten in een term die daar dichtbij zou moeten komen. En met "mislukt" bedoel ik dan dat de Fransen zelf onder "non grand" (zonder verbindingsstreepje) iets anders verstaan dan wat Sauter ons graag door het keelgat wil laten gieten. Een "non grand" is daar een wijn die zelfs niet aan een "grand" kan tippen. Doet een alternatieve wijn, zoals die van Eric, dat WEL, dan heet dat in Frankrijk "substitution", oftewel een substituut, een duurder woord voor "vervanging". Met Sauters aanduiding "non-grand" zit het dus niet goed. Bovendien krijg je vreemde ontwikkelingen als je diens gedachtenlijn consequent zou doortrekken. Een "non appellation" zou dan in kwaliteit dicht bij een "appellation" staan. Een wijnboer die een "non-vin" heeft gemaakt, zou die niet meer in het riool hoeven te lozen, maar het spul alsnog kunnen verkopen, waarna hij er ook nog een "non-profit" op zou kunnen maken. Ik moet er niet aan denken dat we het in het nieuwe kabinet straks met "non-valeurs" moeten doen, omdat de "valeurs" op zijn of liever in het bedrijfsleven hun bankrekening blijven spekken. En dat die dan ook nog "non-actief" zouden worden omdat ze anders een "burn-out" vrezen. Nee Eric. We pikken al erg veel als het op acceptatie van gestamel, gestotter, gebazel en non-speak in de Nederlandse taal aankomt. Maar dat betekent nog niet dat we nu maar non-verbaal vrede moeten hebben met non-stop gefrunnik aan onze semantiek. Laten we daar maar een alternatieve non-food op drinken.



