Zoeken in WijnWijs.eu

Eten & kookboeken (300x250)

Wie is online?

We hebben 20 gasten en geen leden online

RSS-feed

Please update your Flash Player to view content.

Klik op de foto's voor een vergroting.


 

Bubbeldebub

Wie een ‘lesboek’ schrijft, gaat ervan uit dat haar of hem het leermeesterschap is gegeven. Dat houdt in: kennis, didactische bekwaamheden en ‘gevoel’ voor begrijpelijke kennisoverdracht. Daaraan mankeert het niet in het boek ‘Champagne!’ dat Noële Ruitenberg en Stéphanie van Rantwijk samen op de leergierigen hebben losgelaten. Het is overzichtelijk ingedeeld, beantwoordt veel voorkomende vragen en graaft iets dieper dan waarmee wijndocenten zonder prestatiemissie hun gehoor gewoonlijk opvrolijken.

 

 

ImageAndere lezing

Zo denkt menigeen dat de champagnekurk op de fles wordt gehouden door de ‘muselet’. En daaronder verstaan ze dan de ijzeren ‘omheining’ waarmee wordt voorkomen dat die kurk onder druk als een projectiel de lucht in schiet. Die druk is overigens gelijk aan de pressie in een vrachtwagenband. Mis, geacht publiek,zeggen de dames. De muselet is die metalen ‘flippo’ bovenop de kurk. En wat daaronder zit heet het ‘korfje’. Ze spreken daarmee regelrecht de lezing tegen die ik eerder ben tegengekomen in ‘Tot op de bodem’ van Nicolaas Klei en die algemeen voor de waarheid wordt gehouden. Een muselet, zegt hij op pagina 319, is nou juist dat ijzeren korfje om de kurk. ‘Museler’ is het Franse werkwoord voor ’muilkorven’. Dus kan er geen misverstand over bestaan: de muselet ‘omheint’ kurk EN plaatje. Voor die blikken flippo bovenop de kurk, voer voor verzamelaars trouwens, heeft Klei geen aparte naam. Twee lezingen dus.

 

Zes of minder?

Maar we zijn er nog niet. De zoon van de recent overleden oorlogsheld Erik Hazelhof Roelfzema heeft een tijdje terug uitgelegd waarom het laatste boek van z’n vader ‘Vijf en een halve slag’ heet. Het gaat over de relatie vader-zoon. Maar de titel is ontleend aan het feit dat je vijf en een halve keer moet draaien om het ijzeren korfje van een champagnekurk te krijgen. ‘Altijd handig om te weten, jongen, zeker als de stroom uitvalt’, zei pa destijds. Sinds die nieuwe generatie is aangetreden is dat getal aan twijfel onderhevig. Nicolaas doet er een halve slag extra over om die draad los te krijgen. Begrijpelijk, want hij heeft nooit een commando-training gehad en adviseert ons spijzen die zelfs daklozen af en toe hoofdschuddend laten staan. Wie er zich dus met de Franse slag vanaf maakt is hier wel duidelijk.

Niet mee eens

Ik heb de indruk dat, even afgezien van de muselet-discussie, de schrijfsters geen onzin op papier hebben gezet. De informatie is doorgaans correct en duidelijk. Tot dat ‘doorgaans’ reken ik dan even niet de uitspraak op pagina 21, dat de Champagne-streek zich ‘langer dan welk ander wijngebied concentreert op mousserende wijnen’. Daar zijn ze het in de Limouxin en de Diois (Blanquette en Clairette) beslist niet mee eens. Rondom het stadje Die vinden ze de ‘methode ancestral’ antieker dan die in de Champagne. En in Limoux ‘claimen’ de wijnboeren al evenzeer dat ze de Champagne-streek ver vooruit waren bij het ontwikkelen en toepassen van wat tegenwoordig geen ‘ methode champenoise’ meer mag heten. Dom Perignon werd in dat opzicht later wakker. Maar goed, de bestaande historie rondom deze monnik is te fraai bijgekleurd om daar in een champagneboek op af te dingen. Hij blijft bekend als de eerste ‘vanger’ VAN bubbels, waarna de streek zich in rap tempo ontwikkelde tot ‘kampioen-vanger’ VOOR bubbels.

Taal-geintjes

In het boekje-mijn oog viel er weer eens op-staan ook nog enkele amusante taalwendingen. Ik noem er een paar, die bij een aardig glas ware bubbels een glimlach waard zijn:

 

  • Zich richten op’ en ‘focussen’ laten de dames versmelten tot ‘zich focussen’, het nieuwste wederkerend werkwoord, naast ‘zich’ beseffen en ‘zich’ irriteren.

  • Het houterige woord’verkwikkendheid’ is blijkbaar speciaal voor de champagne verzonnen. Dat vind je niet in de Van Dale. Die houdt het liever bij: ‘verkwikkelijk’. En ik kan me nog voorstellen dat daar ‘verkwikkelijkheid’ van kan komen.

  • Ik las: Druiven hebben schilcontact. Maar goed ook, anders zouden ze uit elkaar vallen. Sapcontact lijkt me nuttiger.

  • Grand crus en premier crus. Daarvan zeg ik: het een of het ander. Maar als je de Franse termen gebruikt staat er tweemaal een s te weinig.

  • Op de achterflap staat: ‘Na het bestuderen van dit boek hebben de wijnen...’. Een klassieker: een lesboek met wijnen die studeren...

Geinige uitglijders, die er tegenwoordig schijnen bij te horen. Maar minder erg dan de uitdrukking van een subvino die dezer dagen op het nationale wijnprikbord schreef: ....wie SCHEPT mijn VERBAZING... Zou’ie daarvoor bij de ‘dierenspeciaalzaak’ ook van die zakjes voor hebben gekocht?

Ridicuul

Juist die taalhumor geeft in het ‘lesboek’ wat ‘jus’ aan de teksten. Want verder valt er weinig te lachen. Terwijl champagneprijzen toch tot lachwekkende proporties zijn opgevoerd, zonder dat het eind nog in zicht is. Straks bereiken daar 40 gemeenten dat hun champagnegrond van de ene op de andere dag van 4000 naar 400.000 euro stijgt, terwijl je ook meer bubbels kunt krijgen als je jaarlijks minder druiven weggooit. En die zijn dan niet eens veel slechter, voorzien experts. Conclusie: in een klein uur heb je de hoofdzaken van ‘Le’ Champagne wel in je zak. Compacte informatie, instructief en gemakkelijk opneembaar gedoseerd. En nu die visite maar imponeren... (Het boekje is te koop bij ‘wijnspeciaalzaken’ en kan ook worden aangevraagd bij www.studiowine.nl.)

 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen