Klik op de foto's voor een vergroting.
Wijnologen-sprookjes
Excrementen
Graag had ik zo’n hemelse ervaring ook de nederbelgische wijn- en schrijvoloog gegund, die zich - met mij in de hoofdrol - op een triest bezochte website van een wijnblad dezer dagen ook aan een “Er was eens” heeft bezondigd. Maar die dat, in de stijl en klasse van een verbale lading excrementen (uitwerpselen klinkt zo onwelriekend) niet heeft mogen overleven in de salons waartoe hij graag zou zijn doorgedrongen. De enige ‘brille’ kwam van het flitsende mes dat hij, zoals vaker, onwelgevallige vakgenoten in de rug steekt zodra ze hem weer eens als gesjeesde bovenmeester en Polderlands Quasi-Wijngeweten hebben ontmaskerd. Onbemind
Sprookjesvertellers die zich aan doorzichtige afrekeningen in het vineuze circuit wagen, maar keer op keer tijdig door de wijnologen-politie in de arrestantenwagen worden afgevoerd, zijn in ons land geen beminde figuren. Vooral niet als ze in een bijna destructieve geldingsdrang per bouwvallige column driekwart van de wijnpubliciteitswereld voor ‘louche’ hebben verklaard. Dat netwerk krijgt in het wijnologen-sprookje valselijk het beeld opgeplakt dat er maar één vaderlandse wijngoeroe deugt. Dat er geen enkele nationale jury is die zich met die van de wijnologenclub kan meten. Dat landsbrede wijncompetities stelselmatig commercieel worden gemanipuleerd. Dat er maar één superproever bestaat, die de rest dagelijks in z’n zak steekt. Dat er maar één columnist is, die tot zijn verdrongen verdriet in de allerbeste z’n meerdere moet erkennen. Dat iedereen in het wereldje omkoopbaar is, behalve de gratis rechters van de wijnologenclub. Dat er maar één wijnopvoeder is, die leuterend wijnvolk en uit hun nek kletsende wijnbeschrijvers op hun nummer kan zetten. En dat er tenminste één wijnoloog is die geen gedragscode nodig heeft omdat 'ie zich per definitie niet gedraagt. Kortom: dat het tijd wordt de hele professionele wijnwereld eens te ‘zuiveren’ van charlatans en bedenkelijke innemers, onder de waggelende supervisie van je-weet-wel-wie.
Eerwraak
Nu is polemiseren een kunst, die botte sprookjesverzinners niet verstaan en vaak verwarren met het voortbrengen van een decibelorkaan op schrift. Ze komen nooit verder dan wat roddelachtige aantijginkjes, waartegen hun eigen Grootheid luisterrijk moet afsteken. En waarvan iedereen op voorhand de armzaligheid al aanvoelt. Wat goedkope exclamaties moeten dan een soort eerwraak-column vullen. En daarvan moeten wij dan onder de indruk zijn. Zelfs de nationale wijnprikkersgarde heeft laten weten dat meer dan triest te vinden. Verschrompelend prestige, voor zover daar al sprake van zou zijn, verhoogt kennelijk de zuurgraad van de smaadspuiter.
Metafoor
Al eerder hebben psychiaters naar achtergronden van dergelijk gedrag gezocht. En ze houden het in dit geval op de frustraties van leraartje pesten, (in een vroeger leven). Op doorgeschoten narcisme. Op zelfhandhavingpsychose. En op vineuze verlatingsangst bij rimpeling van het fysiek. Dat de belegen doe-het-zelf-Adonis steeds weer hallucineert over gefingeerde fraaie dames, die hem bij zijn braspartijen zouden omringen, is de metafoor die hem van dat schrikbeeld moet afhouden. Zijn recente sprookje – aantoonbare fictie dus - heeft deze figuur gewrocht vanuit een vocabulaire die wijst op een cerebraal tremolo (hersenbeving). Dat zal langdurige begeleiding bij het bijspijkeren van de taalschat vergen. Misschien wil een van die imaginaire culinaire prinsessen uit zijn vaste gevolg zich wel als ‘spraakmakende’ mantelzorgster melden. Nee, zonder flessen, want die maken het alleen maar erger.Bronbeek
Ik hou van stevig argumenterende opponenten. Maar niet als die rijp zijn voor een wijnologen-Bronbeek. En daarheen heeft deze doorgebrande nederbelg zichzelf nu verbannen. Dat hij daar na een zindelijkheidstraining alcoholisch ontwend en uitgegist tot zijn laatste dagen mag dromen in conservatieve zelfgenoegzaamheid. En bij zinnen alleen nog rekeningen vereffent, die op naam van de Master of Free Lunch nog open staan.



