Italië moet je ontwennen. En deze keer gold dat voor mij bijna letterlijk. Want na daar in twee weken zo’n 400 wijnen te hebben geproefd en in een eindeloos tafelritueel bijna te zijn dichtgegroeid, viel het leven thuis weer wat grijs op m’n dak. De afhaalchinees, ook al heeft die naam gemaakt, levert toch wat anders dan de Italiaanse wijnboer die voor zijn gasten 4 of 5 ‘piatti’ laat doorkomen. Vooral als ze smaken zoals ze dichterlijk en melodieus worden beschreven in menukaarten van Verona of Cividale. Want tot die contreien, waar Kelten en Longobarden menig spoor nalieten, bepaalde zich deze periode mijn verblijf.
Wijnjournalist John Bindels aan het werk in de internationale jury van Vinitaly.
In Verona mocht ik als lid van de internationale jury VINITALY meebeslissen over het eregoud waarvoor dik 3700 wijnen kandideerden. Vervolgens was ik enkele dagen te gast in Friuli, waar trotse wijnproducenten niets te gek was om ons in te wijden in de wijnkwaliteiten van de streek. En tenslotte was er gelegenheid om vijf dagen lang te circuleren langs de beste producenten op de Vinitaly-beurs zelf. Exquise proeverijen onder supervisie van het Italiaanse instituut voor buitenlandse handel ICE, met speciale dank aan gastvrouw en gids Maria Gilli. En bezoeken aan de stands van allerlei befaamde wijnhuizen uit alle Italiaanse windstreken. Uitputtend door soms overladen programma’s. Of door irritaties omdat wijnjournalisten in de werksituatie zelden konden vertrouwen op de accuratesse van diezelfde programma’s. Tijd en plaats van de proeverijen waren nogal eens onderwerp van Italiaanse improvisatie. En meestal is dat synoniem met een vriendelijk uitgevallen chaos, waarin je van het kastje naar de muur wordt gestuurd. Iedereen wil helpen, maar dirigeert je dan naar plekken waar je net onverrichterzake vandaan bent gekomen.
Bergen papier
De sfeer kan er ook bedreigend zijn. Zo liepen er tientallen gewapende carabinieri en speciale troepen rond op de dag dat de Italiaanse minister van Landbouw er z’n obligate bezoek bracht. Wie ook maar in de lichtste roes een pas verkeerd durfde te zetten, voelde aan den lijve onmiddellijk een vinnige correctie van topgorilla’s. Het hoort bij de Italiaanse organisatiecultuur. Die levert bergen papier op, waarvan de informatieve betrouwbaarheid met de dag afneemt. Daartegenover staat dat die improvisatie ook schier artistieke of zelfs hilarische vormen kan aannemen. Illustratief daarvoor was het gebruikelijke Grands Crus-diner in Verona, waar de tijd eerder met radde podium-praterij dan met eten verstrijkt. Aan het slot van deze non-braspartij werden drie grote Italiaanse chefs op het podium gehesen om te worden bejubeld. ‘Zijn we dan al klaar?’, vroegen mijn Sardijnse tafelgenoten. ‘We wilden net vragen waar het hoofdgerecht bleef’. Maar de organisatie had het niet anders gewild. De jubelzitting mocht niet al te nadrukkelijk door ordinaire consumptie worden onderbroken. De loftuitingen waren die avond gereserveerd voor wijnschrijvers en hun media, die naar de mening van wijnboeren in 2007 het meest aan de vineuze verheffing van Italië hadden bijgedragen. Commerciëler kan het nauwelijks. En dat zal tot in lengte van jaren zo blijven, zolang wijnboeren doodgewone productreclame meer punten toekennen dan journalistieke waarheidsvinding.
Veldheer Giuseppe Martelli, die de proefsessies streng en tot op de minuut nauwkeurig begeleidde.
Discipline
Jureren voor ‘I Grandi Concorsi di Vinitaly” is een gebeurtenis die je niet snel vergeet. Het gezelschap wijnbekroners bestond dit jaar uit 105 ‘experts’ uit meer dan 30 verschillende landen. Wijnjournalisten en oenologen met een kleine oververtegenwoordiging aan Italianen. Dit gezelschap werd opgedeeld in 21 keurcommissies, die elk een selectie uit de goed 3700 wijnen kregen voorgezet. Amper 2 % daarvan was Frans. De proeverijen voltrokken zich in doodse stilte, onder de straffe, maar uiterst gedisciplineerde leiding van de Italiaanse Opperoenoloog Giuseppe Martelli. Dagelijks stond deze onverbiddelijke Milanees, die elk gefluister verbood, als een veldheer urenlang achter de katheder. Vandaaruit dirigeerde hij de divisie sommeliers, die voor elke nieuwe wijn een balletachtige schenk-‘act’ opvoerden. Tijdens vijf lange proeverijdagen legden zij gemiddeld 58 kilometer af tussen proeftafels en wijnmonster-schatkamer. De 21 sommeliers stelden zich met iedere genummerde en geblindeerde wijn voor in de proefzaal op in een horizontale lijn. Waarna veldheer Martelli bijna sensueel het toverwoord uitsprak, dat de schenkdivisie dan in beweging zette: ‘Prego...’.
Ontbrekend fruit
Zo bracht ik 5 dagen door met totaal zo’n 200 wijnen in ochtend- en middagsessies. Bij de flights in mijn commissie (nummer 14, zie foto) zaten zo’n 15 wijnen die bij mij boven de 85 punten scoorden, naar het analysesysteem van de Italiaanse Nationale Oenologen Vereniging. Daarvan werden er uiteindelijk 12 winnaar van ‘groot’ of ‘gewoon’ Vinitaly- goud. Meer wit dan rood overigens. Bij die laatste categorie trof ik veel onevenwichtige, trekkende wijnen. Vaak te jong of onrijp gepresenteerd. Niet zelden, hoorde ik ook van collega-juryleden, werd bij zulke wijnen de aantekening gemaakt: Waar blijft het fruit?
Beduvelen
Opmerkelijk goed scoorden bij de witte wijnen de Friulano, die in Europa geen Tocai meer mag heten. En zoeteriken zoals de Picolit, en de Marsala, die een ongekend fraaie structuur en een perfecte balans vrijgaven. Edelrot speelde daarbij nauwelijks een rol. In Friuli zeiden wijnboeren mij later: ‘Wij houden niet van dat type wijn’. Vertaling: liever geen risico’s in een onzeker botrytis-klimaat. Die wisselende weersomstandigheden maken het meestal ook onmogelijk om in de wijngaard ‘organisch’ te werken, al kent dat begrip daar verschillende versies. Er zijn wijnboeren die daar graag hoog over opgeven, merkte ik aan de lunchtafel. Maar die zijn niet altijd recht in de leer. En soms, aldus president Pierluigi Comelli van het (mondvol) Consorzio Tutela Vini Doc Colli Orientali del Friuli, beduvelen ze de boel gewoon.
Gerommel
Maar in Italië verbaast niemand zich daarover. Want wijnschandalen zijn er elk halfjaar wel. Zo zou na-ijverige concurrentie ervoor hebben gezorgd dat de hele Montalcino in diskrediet is gebracht omdat er met opbrengstcijfers en druivenrassen zou zijn geknoeid. ‘Kan zijn, maar niet bij ons’, riep Banfi in een flitsverklaring die ik de proefstand kreeg toegeschoven. Ze geloofden daar eigenlijk ook niet dat Ricasoli met bedrieglijke mengsels zou hebben gewerkt. Daar besteden ze de aanplant uit aan een bedrijf, dat onlangs de in de DOCG verboden merlot tussen de sangiovese zou hebben gezet. De precieze feiten waren in de tweede week van april nog niet helder. Dat er daarnaast in Italië vocht in een wijnfles gaat, waarvan vergist druivensap een ‘minderheid’ uitmaakt, is geen uitzondering. Ook in die wereld zien maffiosi met allerlei varianten op recent gerommel hun kans. Meestal wordt dat pas ontdekt als er iemand uit de school klapt. Maar deze keer steken de juryleden van de Vinitaly er hun hand voor in het vuur dat zij de naam van dit evenement niet hoeven te veranderen in Veneitaly. Dat zou Italiaans gif hebben betekend. En daarvan viel bij de ingezonden wijnen niets te ontdekken.
Love story
De vieze smaak van de beursgeruchten kon ik overigens dagelijks wegspoelen vanuit de minibar, die mijn Estlandse collega Aare Karolin met geschonken flessen wijn en grappa in onze bus had geopend. En op de nachtelijke terrassen in Verona waren die geruchten nauwelijks een onderwerp. Daar had het jonge volk wel wat anders te doen. De lente explodeerde er in allerlei varianten op de allerbekendste Veronese ‘love story’ die de hele wereld intussen kent: Romeo en Juliette.