Klik op de foto's voor een vergroting.
Friuli is wijn met een dikke plus
De wijncultuur wordt beleefd in een patrimonium en een cultuur die op zichzelf al een belevenis zijn.
Zelfstandig bestaan
De naam Tocai had ook in de Elzas problemen kunnen opleveren. Daar kenden we tot voor kort de naam Tokay pinot gris. Ook daar is de naam Tokay al even geschrapt. Die was in de Elzas dus direct aan een druivenras gekoppeld. In Italië heeft dat ene ras volstrekt niets met het andere te maken. De pinot grigio is in Friuli wel een bekende druif, maar leidt daar, los van de Friulano, een volstrekt zelfstandig bestaan. Al die complicaties zijn nu in een klap verdwenen. En op een handjevol politiek opgejutte boeren na, heeft niemand er totnogtoe frustraties aan overgehouden.
Dat kon dezer dagen een internationale groep wijnjournalisten uit eigen ervaring in Friuli vaststellen. Die was daar enkele dagen te gast bij wijnbedrijven die in het consortium ‘Colli Orientali del Friuli’ samenwerken. Ze maakten daar ook kennis met wijnen die buiten Italië nauwelijks bekend zijn, of zuinig worden geïmporteerd.
Nieuwe DOCG
We proefden daar in de Longobardenstreek rondom Cividale, Faedis, Manzano, Buttrio, Prepotto en Togliano in de provincie Udine, enkele tientallen kilometers van de Sloveense grens. Friuli heeft er kersvers een DOCG (hoogste ‘stand’) bij gekregen, gemaakt volgens het passito-systeem. Voor de gisting worden de druiven dan enkele maanden in kisten in droogkamers op hun (zoete) toekomst voorbereid. De nieuwe DOCG heet Picolit en heeft al een oudere ranggenoot: de passito Ramandalo. De Picolit floreerde er al ten tijde van de Romeinen en was destijds bij menig vorstenhuis geliefd. In de negentiende eeuw zakte de productie weg. Maar sinds 1970 is die weer sterk opgeleefd. De oogst 2006 was de eerste die als DOCG mocht worden gebotteld. De Picolit is een sensitieve druif. Er zitten maar weinig- en dan nog kleine- bessen aan een tros. En die groeit vaak niet eens volledig uit, omdat de bloem gedeeltelijk kan afsterven. De Ramandalo wordt gemaakt van de Verduzzo Friulano. Dat is een antieke variëteit, vermoedelijk afkomstig uit het Midden-Oosten. In goede oogstjaren kunnen beide wijnen zich ontwikkelen tot topproducten. In de Vinitaly-jury konden wij verschillende van deze passito’s in de hoogste regionen klasseren en zelfs voor eregoud in aanmerking laten komen.
In Friuli zijn de lunches altijd een feest.
Liever niet
Lang niet alle wijn-azienda’s in deze streek zijn er overigens op gebrand zoete wijnen edelrot (met botrytis) in de fles te krijgen. In Friuli proefde ik die maar bij een enkeling. De spanningsboog zoet-zuur wordt daar, op die manier bereikt, als smaakcomponent zelden gewaardeerd. De Refosco’s konden mij in Friuli maar matig bekoren. Ook niet toen ik ze nog eens terugproefde op de beurs in Verona. Meestal aan de groene kant gebotteld en vaak voorzien van onaangename tannines. Vergelijkend proeven, zodat aan de hand van oudere jaargangen de evolutie kan worden vastgesteld, behoorde doorgaans niet tot de mogelijkheden. En dat gold niet alleen voor de Refosco.
Bescheiden prijs
Bij de niet zoete witte wijnen proefde ik enkele top-Friulano’s, die ook in de export uitstekend zullen lopen. Fruit, concentratie en balans, gekoppeld aan een brede toegankelijkheid. En dan nog tegen bescheiden prijzen, die af kelder zelden boven de 6,50 euro uitkomen. Een ‘niche’-wijn, in nog geringe verhandelbare kwantiteit voorhanden, troffen we rondom Prepotto. Daar zijn enkele tientallen hectaren Schioppettino aangeplant, ook wel bekend als rode Ribolla. Wijn met een ongekend hoge zuurgraad. Bovendien staat hij stijf van de tannine. Na de malolactische gisting kan’ie wat koolzuur aanmaken, waardoor de wijn (bosbessen en violen) in de afdronk ‘prikt’. De druif heeft een opmerkelijk dikke schil. Nog maar een enkele producent slaagt erin van deze druif een wijn te maken, die ook buiten de grenzen ‘gevraagd’ is. Tijdens deze wijntoer door Friuli trof ons gezelschap vooral de hartelijkheid en de warmte van wijnboeren in abdijen en op azienda’s. Daar wachtten ons, behalve een keur aan wijnen, rijke lunches en diners, afgestemd op het streekaanbod. Op een van die dagen liep het wat overladen programma zover uit, dat pas na veertien uur ons hotel weer in zicht kwam. De Colli Orientali hebben zich met deze wijninformatietoer in ieder geval bij de bezoekende journalisten overtuigend op de (wijn)kaart gezet. Ook al omdat dit land de wijncultuur beleeft in een patrimonium en een natuur, die op zichzelf al een belevenis zijn.



