Het heeft maar een haar gescheeld. Als de Franse senaat niet had ingegrepen, zou de top van de Saint-Émilion het slachtoffer zijn geworden van etikettenmoord. En nog wel met voorbedachte(n) rade. Want de rechters in Bordeaux waren onverbiddelijk: de nieuwste kwaliteitsclassificatie van 2006 werd ‘verdacht’ bevonden. Het staatswijninstituut (INAO) had de nationale proefcommissie niet zorgvuldig genoeg samengesteld. Een verschijnsel overigens dat in ons land tweederangs- en clubjury’s ook geregeld ongeloofwaardig laat opereren. Ze lijden dan aan dezelfde ziekte die ook Frankrijk tot circuitjespatiënt heeft gemaakt: teveel keurders met dubbele petten, vooral afkomstig uit de ‘handel’.
Rangen vervallen
Het administratieve hof in Bordeaux kwam erachter dat er in het keurkorps slagers zaten die hun eigen vlees keurden. Oftewel staatsproevers, die intussen zaken deden met dezelfde chateaux als die voor de toprangen kandideerden. Daarom beval het hof de classificatie van 2006 tot nader order te schrappen. Dat zou in de praktijk hebben betekend dat vanaf de jaargang 2006 tot en met die van 2009 geen enkele opperwijngod in de Saint-Émilion op z’n etiketten zou mogen zetten dat hij de divine status of die vlak daaronder had bereikt. Simpeler gezegd: de kwaliteitsaanduidingen Premier Grand Cru Classé en Premier Grand Cru, de enige rangen waarmee de staatsclassificeerders zich daar bezig houden, moesten komen te vervallen.
Slechteriken
Gekwelde wijnboeren klommen direct in de gordijnen. Met als resultaat dat de senaat die uitspraak ongedaan maakte. Die kwam met een soort Salomonsoplossing: de oude classificatie van 1996 werd weer in werking gesteld. Het besluit is inmiddels ‘in kracht van gewijsde’ gegaan. En dat blijft zo totdat de INAO-bureaucraten kans zien met een onverdacht classificatievoorstel te komen. Als het ook maar riekt naar sjoemelarij, verandert er niets. Saint-Émilion kent z’n classificatie sinds 1955. Die kwam er dus precies een eeuw na die van de Medoc en de Sauternes, waarvoor destijds uitsluitend lieden uit de handel als keurmeester optraden. Inmiddels is het keurkorps voor de Saint-Émilion weliswaar gemengd, maar de ‘negociants’ zijn er nog steeds niet uit verbannen. En daar zitten ook ‘slechteriken’ onder die de wijnen van bepaalde chateaux niet onpartijdig keuren. In 2006 meldden zich 95 kandidaten voor de classificatie. Die kent voor de allerhoogste rang een A- en een B-groep. In die A-categorie zitten al jaren de ‘ultieme’ kwaliteitschateaux Ausone en Cheval Blanc. De B-groep heeft een sterk wisselende populatie. Ieder chateau dat opgaat voor de top biedt 10 naar druivenras, type of jaargang verschillende wijnen aan. De classificatie die daaruit resulteert, zou iedere 10 jaar worden herzien, maar dat is er maar één keer van gekomen. Die intervallen zijn 31 jaar lang niet gehandhaafd. De classificaties werden respectievelijk in 1969, 1986 en 1996 aangepast.
Geen status
In 1955 begon de Saint-Émilion met 12 top- en 63 subtopwijnen. In 1996 behaalden of behielden 13 chateaux de status van Premier Grand cru Classé en 55 die van Premier Grand Cru. Er zijn intussen ook enkele honderden gewone ‘Grands Crus’ in omloop. Maar dat is in de Saint-Émilion een manipuleerbare aanduiding die buiten de staatsclassificatie valt en daarmee geen officiële status heeft. De consument weet bovendien niet of zo’n wijn zich door z’n (vermeende) kwaliteit of door z’n geboortegrond (terroir) zou moeten onderscheiden. Wel erg verwarrend overigens, al die crus. Want wat hier letterlijk een derderangsaanduiding is, gaat in de Bourgogne door voor de allerhoogste klasse. Duidelijkheid in de wetgeving- ik heb het herhaaldelijk vastgesteld- ligt de Fransen dus niet na aan het hart. Toen ik Franse wijndiplomaten onlangs een vereenvoudigingsvoorstel voorlegde waarmee internationaal duidelijkheid en gemakkelijke herkenbaarheid zou kunnen worden verschaft, was het commentaar: “Scherpe visie en waardevolle bijdrage van een buitenlandse wijnjournalist, die niet vanuit de Franse wijntraditie redeneert. Daarom zal zo’n voorstel niet worden doorgevoerd”.
Springstof
In 2006 werd de Saint-Émilionclassificatie zoveel als springstof onder de tolerantie van een aantal ontevreden chateaux. De proefcommissie had bepaald dat er twee chateaux in de hoogste rang, tot een totaal van 16, zouden bijkomen: Troplong Mondot en Pavie Macquin. Tot de subtop, de Grand Crus Classés, werden deze keer 47 chateaux toegelaten, waarvan zes nieuwkomers. Voor elf chateaux luidde het oordeel: afgewezen. Uit deze groep verzetten zich in eerste instantie vier chateaux bij de administratieve rechter in Bordeaux. Ze betwistten de ‘objectiviteit’ van de proefcommissie. Hun belangen werden bepleit door het Syndicat Viticole. En dat verzocht ‘opheffing’ van de classificatie. Vervolgens verzochten 26 andere chateaux om ‘schorsing’. Het hof vond de strekking van het eerste verzoek ‘ontoelaatbaar’ en wees het tweede als ‘slecht gefundeerd’ af. Dit tribunaal gaf tevens te kennen dat de uitslag van de keuring onvoldoende vertrouwen had gewekt en verklaarde die daarom ongeldig. Vanaf dat moment bestond er dus geen enkele classificatie meer. De al gedrukte promotie-etiketten moesten in de kast blijven, de verwachte meerprijs van zo’n 30 % per fles kon niet worden gerealiseerd en de chateaux uit de A-klasse moesten hun rang maar vergeten.
Afwachten
Ho even, riep op 9 juli van dit jaar de Franse senaat, dan gaan we liever terug naar de situatie van 1996. Laat het staatswijninstituut maar een beter voorstel op tafel leggen. En dat bekijken we dan in 2010. En daarmee zijn de verliezers van 2006 nu tijdelijk winnaar geworden, met alle financiële voordelen vandien. En de winnaars van 2006 moeten nog maar afwachten of ze in 2010 het klassement nog wel halen. Het beste komen Ausone en Cheval Blanc eraf, want voor die chateaux verandert er nu niets.
Beerput
Kortom: een juridische komische opera, die z’n weerga in wijnland niet kent. Tegelijkertijd gaat daarmee opnieuw de beerput open van manipulatie en vriendjespolitiek, die onder de streng uitgedragen schijnintegriteit binnen dit wijnwereldje al decennia z’n verdachte aroma’s verspreidt. Niemand die het aandurft rigoureus en nationaal schoon schip te maken, omdat binnen de profijtelijke netwerken de machtigsten elkaar de hand boven het hoofd houden. Hier ligt, lijkt mij, een taak voor de beroepsorganisaties, die kwaliteitsbewaking niet uitsluitend ten dienste van de geldmakerij moeten bedrijven, maar ook ter uitroeiing van iedere vorm van corruptie en relatiebevoordeling. Dat daar ook harde zuiveringsmaatregelen bijhoren, is onvermijdelijk voor herstel van het vertrouwen, dat kwaadwilligen in deze sector nog dagelijks ondergraven.