Schrijft een broodschrijver gewoonlijk over brood? Belachelijke vraag. Schrijft een wijnschrijver over wijn? Uitsluitend en ongeacht het geslacht. Wijnschrijvers zijn, afgezien van andere pennenvoerderij, overigens niet de enige boekenschrijvers in dit genoeglijke territorium. Ook wijnjournalisten houden zich daarmee onledig. Is er dan verschil tussen beide soorten? Wel degelijk. Heb ik hier ook al vaker uitgelegd. Wie niet uitdrukkelijk naar de waarheid op zoek is maar naar omzet, is eerder wijnschrijver dan wijnjournalist. Die eerste moet er ook een ruimer besef op na houden van wat wel en niet op de rand van de vakethiek balanceert, vanwege (rekbare) opvattingen over bestaanszekerheid. Althans, dat is een zienswijze die ik in de HAS-hogeschool in de Brabantse hoofdstad 's-Hertogenbosch te berde mocht brengen voor enkele tientallen collega’s. Ze lieten zich ‘ronselen’ door vakbroeder Onno Kleijn, zo goed als het culinaire beeldmerk van een niet ‘rechts’ landelijk ochtendblad. Doel: een discussie over ‘Wij en de commercie’. Oftewel: hoe ga je om met de commerciële druk die beoefenaars van het mediavak steeds intensiever en soms drukkender ervaren. Een onderwerp dat nogal wat stof voor opvattingsverschillen opleverde.
Oppeppen
Zo vond en vindt een culinair hoofdredactrice dat je zelfs adverteerders kunt ‘helpen’ de boodschap glossy-er en geloofwaardiger uit te dragen als ze ‘samen met ons’ tekst en beeld uitwerken. Maakt het blad ook lezenswaardiger, denken ze daar. De commercie wordt dus als het ware opgezocht om er het blad profijtelijk mee op te peppen. Omdat je de opmars van de productreclame TOCH niet zou kunnen ‘ontlopen’. Het hangt dus af van wat voor type blad je maakt en wat je als redactie tolerabel acht wat nog binnen de grenzen van de verteerbaarheid blijft. Bij een uitgesproken opinieblad zou zo’n zienswijze op onoverkomelijke problemen stuiten, gaf deze redactie-teamleidster toe. Ik kreeg de indruk dat deze collega haar tijd vooruit wil blijven met door het commerciële tijdsbeeld gedicteerde opvattingen, die anderen zien als een capitulatie voor het geld. Enkele collega’s gaven daar met anders getoonzette betogen eveneens blijk van.
Boegbeeld
Onno Kleijn zelf werd trouwens ook onderwerp van dispuut. Hij had voor de marketingafdeling van zijn krant een proefnotie over de Italiaanse wijn Podernovo geschreven. En die maakte dezer dagen deel uit van een paginagrote advertentie voor de ook daar ontloken ‘wijnclub’. Conclusie uit de zaal: pas ermee op. Want je slaat als boegbeeld meteen overboord als later mocht blijken dat of de club of de wijn niet deugt. En vanwege dit risico had de creator van de wervende notitie wel eens wat meer mogen vangen, aldus het auditorium. De discussie raakte minder toegespitst op culinaria en meer op wijn, nadat ik andermaal voor een gedragscode voor bepaalde wijnschrijvers had gepleit. Bepaalde, want er zijn er ook genoeg die naar eer en fatsoenlijk functionerend geweten werken. Daarbij maakte ik melding van een reeks kritiekwaardige observaties. Zoals door sponsors gekleurde wijnschrijverij en het gehonoreerd achterhouden of amputeren van de waarheid. De gedachtewisseling daarover mondde al spoedig uit in de vraag in hoeverre iemand in dit land ‘full time’ ( en daar gaat het hier om) onafhankelijk wijnjournalist kan zijn, als daarvoor voldoende financiële ‘spoeling’ ontbreekt. Dat is hoogstens in uitzonderingsgevallen mogelijk. Maar wanneer redacteuren bij hun medium een breder terrein bestrijken dan uitsluitend de wijnwetenschap dan kan die constructie per saldo tot een onafhankelijker opstelling leiden dan wanneer het kostje buiten het ondernemeningsverband van bijvoorbeeld een krant bij elkaar moet worden gescharreld.
Schuifethiek
Wijnjournalisten en/of hun redacties kunnen dus kieskeuriger grenzen trekken bij hun beslissing hoe met commerciële ‘verleidingen’ om te gaan, hoe mooi die ook soms zijn verpakt. Bovendien hebben zij zich te houden aan regels die journalistieke organisaties handhaven om integere vakbeoefening te bevorderen. Dat de bekendste en minst scrupuleuze ‘schnabbelaars’ in dit circuit zich niet aan deze bijeenkomst hadden gewaagd en in geen enkel opzicht wensen te worden ‘gereguleerd’ omdat ze zelf alles willen bepalen, zegt voldoende over de ‘schuif’-ethiek' waarmee ze hun gedrag goedpraten. Misschien moeten we, om te beginnen, ook in deze gevallen eens buurtrechters inschakelen om hufterij te bestrijden...