Please update your Flash Player to view content.
Klik op de foto's voor een vergroting.
Wijntje en treintje
Wijntje en trijntje, daar hebben generaties mee leren leven. Maar met wijntje en treintje, heb je eigenlijk helemaal geen leven. Dat staat stil in je hoofd, als je in die smoezelige en vaak afgeladen wagons door steden, dorpen en velden dendert. Met een overlevingsverwachting die lijdt onder elk gemist rood licht op treurig onderhouden baanvakken. Tussen rails en wissels, waar zelfs onheilvoorkomers in van die gele pakken hun leven niet altijd zeker zijn. Deze week probeerde ik in zo’n morsige coupe, die stijf stond van mobiel en digitaal lawijt, op een traject van goed 100 kilometer van een wijncolumn te bevallen. Ik heb nog geen woord uit mijn vocabulaire geschud, of ik word lastig gevallen. Of ik wel eens lees. Ja, dat hebben ze goed gezien. Of ik wel eens van de NS-Publieksprijs heb gehoord? Dat heb ik, maar die naam staat me niet aan. Hoezo dan niet? Dat ga ik straks in een column vertellen. Maar je mag alvast weten dat ik voor de schrijver Japin zou kiezen als het om literair talent gaat.
Opvijzelen
Ondervrager af. Wijncolumnist weer aan het werk. Maar niet lang. Want er springt een peloton Marokkaans tuig de wagon in, dat in de kortste keren het reisklimaat verziekt met gepest en geblaat. Ik berg m’n schrijfspullen dus liever op. En denk: wat een arrogante blaaskaken daar in die spoorwegbunker. Ze bestaan het om een Nederlandse auteur te bekronen met een NS-prijs, waarmee ze kennelijk het ingezakte prestatieprestige willen opvijzelen. Maar geen enkele reiziger, ook al is’ie auteur, kan het in die wagons nog zonder zelfverdedigingscursus af. Laat staan dat je er ook maar een letter op papier zou krijgen. Af en toe zie je nog iemand met een laptop op zo’n vlekkerige bank. Geen lolletje in treinen, waar je voeten wegslippen in verschaald bier, uitgedroogde mayonaise of al smerige tissues. Zo’ n passagier houdt het na een paar minuten meestal wel voor gezien. Als hij al niet eerder in het spitsuurgedrang genoodzaakt is de boel maar in te pakken.




