Klik op de foto's voor een vergroting.
Over gidsen gesproken...
Glitter
Daarom reisde ik uit pure overmacht naar de stad, waar die dag de topculinarici waren geconcentreerd. De wanden van NH-hotel Barbizon en de Olofkapel stonden daar al te daveren van het digitale feestgedruis, toen de aperitieven mij om de oren vlogen. Met uren later als apotheose een regen van glitter, bijna het beeldmerk van spulbaas Jan van Lissum, die dit goud in de vorm van een polsband ook als entreebewijs liet uitdelen. Jan de blingkeizer, redder van de destijds bijna verdronken Gault Millau, had het, met steun en toeverlaat Carsten Klint, ook deze keer weer groots aangepakt. Stromen Champagne en Japanse sake, kampioenswijnen, oesters, kaas en warme amuses, hoezo crisis? Jan zelf, in Japan vers benoemd tot ’samoerai‘ van de sake, hield er zich bescheiden onder. Ook toen het decibelgeweld van John Beeren, voorzitter van de Alliance Gastronomique, over hem werd uitgestort met als kernboodschap: hier staat de man die deze gids z’n huidige waarde geeft. Bij de reddingsactie een risico, omgezet in het respect van vandaag.Geprezen
Aan een lunch met de 100 topchefs en tijdens de laureaten-ceremonie werd ‘officieel’ met geen woord meer gerept over de rel die eerder rondom die andere gids was uitgebroken. (Alleen een ochtendkrant zei er in de ‘society’-rubriek nog iets over). Want het ging tenslotte om al die mannen en vrouwen die het horecabedrijf z’n eredivisie hebben bezorgd. Chefs, sommeliers, ondernemers en aanrennende talenten. Die werden begiftigd met oorkonden, flessen, voorschoten of smetteloos ‘blanc de cuisine’, met op de borst de eretitel in rood. Kortom, een presentatiefeest zoals het betaamt. Jan van Lissum en Karsten Clint glunderden als lieden die alom werden geprezen omat zij de vaderlandse horeca al jaren naar een hoger plan helpen. En daar doe je het toch voor. Dat er inmiddels weer titels zijn bijgekomen, zal de hofschrijver van de oppositie wel weer niks vinden. Die zit in het kamp van die andere gids. En doet zulke verschijnselen geregeld af als ‘commercie’ en podiumgeilheid. Terwijl de activiteiten van z’n eigen club daarvan ‘ten principale’ nauwelijks verschillen. De Gault Millau laat ze begaan. Er gaan er 32.000 van het land in. En er worden er 8.000 gratis uitgedeeld.
Verschil
Dertien bekroninge dus deze keer. Er is een ‘restaurateur/ondernemer 2009’ bijgekomen. Maar een ‘opstijger’ van het jaar herbergt deze culinaire bijbel niet. En dat de titel ‘chef van het jaar’ toch iets anders inhoudt dan die van ‘beste chef’ wordt mij zonder gidsuitleg duidelijk als ik de chef van de Zwetheul vergelijk met die van Oud Sluis. De laatste is getipt als ‘chef du monde’. De eerste wil de sterren houden die z’n voorganger bij elkaar had gekookt. Bovendien kan de titel chef van het jaar, naar internationale spelregels, niet worden geprolongeerd. Bij die andere gids gaat het allemaal simpeler. Drie ‘nominaties’ en dan aan de borrel, zonder rouwbeklag. Terwijl in Mokum de damp nog uit de muren slaat, verstuurt Sjoerd z’n blijmoedige persbericht. Ik krijg er daarna nog twee binnen. Maar ook daarin komt geen ‘beste chef’ voor. Zou die Parkheuvel-patron dan toch gedroomd hebben?



