Klik op de foto's voor een vergroting.
John Bindels: WIJN MET PRIK
Als er een onderwerp is waarin John Bindels als columnist zijn tanden zet, dan is het de verborgen wereld van macht en invloed achter de schermen van de Nederlandse wijnhandel en wijnschrijverij. Concurrentie, vriendjespolitiek en afgunst; evenementen, prijswijnen en jury’s; commercie, wijnmedia en onafhankelijke journalistiek. Heeft hij beet, dan laat hij niet meer los. Geef je hem repliek, dan komt hij terug met een dubbele dosis sulfiet in zijn vaardige vulpen. En omgekeerd. De geslagen honden bijten terug. Het heeft een zekere amusementswaarde voor ‘ons soort mensen’, maar zou de gewone lezer er wat van begrijpen? Heeft de wijnconsument een boodschap aan de ophef en rumoer in het Nederlandse wijnwereldje? Wijnhandelaren, wijnpromotiebureaus en wijnpublicisten bestaan bij de gratie van de wijnconsument. Ik krijg soms het idee dat de ’inner circle’ zichzelf belangrijker vindt dan de wijn en de consumenten ervan. Daarom wil ik hier de Nederlandse wijnwereld zelf eens onder de loep leggen. Dit ter gelegenheid van het verschijnen van het boek ‘Wijn met prik’, waarin John Bindels zijn columns heeft gebundeld over “wat zich afspeelt achter de coulissen van het vineuze netwerk” en “de hanige wereld van wijngoden en hun slaafse discipelen”.
(Wijn met prik - gein en ongein voor doordrinkers, ISBN 978-90-76543-14-7, www.doorgeverijzinderend.nl)
We leggen de auteur tien prikkelende stellingen voor over de Nederlandse wijnwereld. De ‘Wijntafel van Tien’ volgens John Bindels.
1. Nederland is te klein voor serieuze wijnjournalistiek. Er zijn te weinig lezers voor een onafhankelijk magazine over wijn.
“Journalistiek, over welk onderwerp dan ook, hoort altijd onafhankelijk te zijn. Commercie tast de geloofwaardigheid aan. Zodra die binnensluipt, gaat het van kwaad tot erger. Dat zien we vooral bij bladen die opereren als commerciële tv-stations. Onafhankelijke wijnjournalistiek kan, behalve in specifieke wijnbladen, ook heel goed in een dagblad worden bedreven. Als die hoofdredacteuren maar willen erkennen dat wijn het oudste vloeibare cultuurgoed ter wereld is. Uit onderzoek blijkt dat de behoefte aan voorlichting over wijn groot is. Ik hoor vaak dat de typische wijnbladen niet worden gelezen omdat de wijnconsument er niet in vindt wat hij zoekt. Bovendien hebben die bladen een te hoog instapniveau. Er is dus ruimte voor iets anders. Als je met inlevingsvermogen voorziet in de behoefte aan informatie over wijn, dan kan zo’n blad landelijk meer lezers krijgen dan de twee huidige bij elkaar.”
2. De wijnmedia zijn elitair. Ze zijn niet geïnteresseerd in de consument, ze schrijven voor eigen parochie.
“In de specifieke wijnbladen wordt de inhoud niet primair op de consument afgestemd, vind ik. Er zijn wel typische consumentenonderwerpen, maar er wordt eerst en vooral gekeken of en zo ja hoe die artikelen zichzelf geheel of deels laten betalen. Daarbij worden deze bladen naar mijn gevoel in belangrijke mate gebruikt om de eigen commerciële activiteiten te ’promoten’. En die activiteiten brengen tamelijk veel geld in het laadje. Duizend euro om op zo’n evenement een wijntafel met je eigen flessen te mogen vullen is al heel normaal. Wijnwebsites zijn doorgaans niet elitair. Ze zijn ook niet alle over dezelfde kam te scheren. Er zijn er die commercie en berichtgeving en commentaar fatsoenlijk van elkaar scheiden. Net zoals kranten dat behoren te doen.”
3. Wijnpublicisten weten alles van wijn, van schrijven hebben ze geen verstand.
“Sommige wijnschrijvers rommelen maar wat aan, als het maar geld oplevert. Ze nemen opdrachten aan die een journalist zou moeten weigeren. En niet iedere wijnpublicist weet alles van wijn. Dat kun je zelf vaststellen als je hun geschriften doorneemt. Ik ken ook integere wijnschrijvers. Die correct hun weg zoeken in wat kan en wat niet. Die bewonderenswaardig veel van wijn weten, hun kennis actueel houden en veel aan research doen. En daar zitten wel een paar aardige scribenten bij. Maar menige wijnschrijver komt niet verder dan mededelingen achter elkaar zetten of opsommingen geven. Als je dat soort schrijvers op een tijdschrift loslaat, moet je niet verwachten dat de lezer geboeid raakt. Schrijven is een vak, maar ook een kunst op zich.”
4. De in wijn geïnteresseerde leek begrijpt maar bar weinig van wat er over wijn wordt geschreven, daarom koopt hij de wijntijdschriften niet.
“Dat geldt niet voor iedereen. Een bepaalde groep wijnconsumenten zou zich in tijdschriften wel anders benaderd willen zien. Vaak is de inhoud wat te hoog gegrepen voor de niet-ingewijde in het wijnwereldje. Omdat zulke lezers zich dan buitengesloten voelen, laten ze het blad liggen.”
5. De wereld van wijnkenners is bekakt en snobistisch. Als je niet af en toe woorden laat vallen als ‘bouquet’, ‘fraîcheur’ of ‘Mozart’ dan tel je niet mee.
“Niet bij de waarachtige kenners. Die blijven liever op de achtergrond. Snoeverij is kenmerkend voor halfweters en onzekere wijnfiguren die vooral verbaal indruk denken te maken. De echte wijnwereld is doorgaans informeel ingesteld. Ook in het buitenland. Geen black ties en plechtige zittingen, tenzij er commercieel getinte glitter op komst is. Maar gewoon, op grond van kennis, analyseren en vooral proeven. Voor sommigen hoort daar een bepaald jargon bij. Omdat ze niet geleerd hebben zich anders uit te drukken. Maar ik ken wijnpublicisten die uiterst origineel en beeldend hun indrukken van een wijn kunnen weergeven. In alledaagse taal. Zo kun je ook het beste informatie overbrengen aan mensen die voor het eerst het wereldje binnenstappen. Verwaand gedoe stoot mensen af.”
6. De wijnwereld is een mannenwereld. Als je je er als vrouw vertoont, gaan ze schrijven over je lippenstift of hoe leuk het is dat je mag meedoen. Of je wordt omschreven als ‘de charmante vrouw van de wijnmaker’.
Op steeds ruimere schaal kom ik, internationaal bezien, zelfbewuste vrouwen in de wijnwereld tegen. Er zijn zelfs clubs van wijnmaaksters die zich in een bezegeld verbond hebben voorgenomen andere wijnen te maken dan hun voor-’vaderen’ Wijnen met een vrouwelijk cachet. En dat is voor mij wat anders dan een zogenaamde vrouwelijke wijn. Want, zo verzekerden mij onlangs nog eens twee wijngezusters in de Rhône-streek, die bestaat niet. In de schrijversstand kom je ook vrouwen tegen. En die staan beslist hun mannetje bij het proeven. Of als het om wijnkennis gaat. En hoeveel vrouwen zitten er niet in het wijninkopersvak? Nee, dat de wijnwereld vandaag nog steeds een mannenwereld zou zijn, dat logenstraffen de feiten steeds vaker.”
7. Wijnpublicisten moeten schrijven over wijn, niet over elkaar.
“Een waarheid als een koe. Maar als een van die scribenten een stomme streek uithaalt of de consument verkeerd informeert, mag dat best worden gesignaleerd.”
8. Dat er een heel boek kan worden volgeschreven over schandaaltjes, relletjes, vetes en kinnesinne in het Nederlandse wijnwereldje bewijst dat de bezorgers van de wijn zichzelf belangrijker vinden dan de consumenten ervan.
“Daar denk ik anders over. Schandaaltjes, ruzies en rellen ontstaan uit afgunst. Het getuigt ook van het onvermogen volwassen met de materie om te gaan. Vergeet niet dat hier geen democratisch gekozen ’wijnadel’ bestaat. Een aantal lieden heeft zich deze ’eerste stand’ eigenmachtig aangemeten. En nu zitten we met twee kampen die elkaar vliegen afvangen. Het is kwalijk als wijnpublicisten die zichzelf op het schild hebben gehesen zich van daaruit gevraagd of ongevraagd oordelen aanmeten over het voetvolk dat niet kan proeven. Proeven zoals zij, moet ik er dan bij zeggen. Deze mensen zitten ook nog eens in jury’s die de consument buiten houden en vanuit het beginsel ‘eigen volk eerst’ niet verder komen dan een ons-kent-ons-uitslag.”
9. De onenigheid en polarisatie in het kleine Nederlandse wijnwereldje draagt eraan bij dat de consument zich afkeert van de wijnelite en de wijnmedia.
“Consumenten willen informatie waarmee ze hun voordeel kunnen doen. Ze willen in zo breed mogelijke zin ’wijnwijs’ worden. Wijnmedia die de consument als nitwit bestraffend in een hoek zetten, hem negeren, of ver boven z’n pet aan etalagewijnschrijverij doen, mogen niet op een breed publiek rekenen. Daarom is er ruimte voor een andere benadering. Waarbij de wijnconsument met open armen wordt begroet. In plaats van hem te vervelen met eerste-tranche-informatie over ten onrechte omhoog geschreven wijnen. Bedenk wel dat alle wijn wordt gemaakt om door het keelgat van de consument te gaan. En niet uitsluitend door die van de zogenoemde wijn-‘adel’. Media die het eenvoudig en toegankelijk houden, zonder in straatjargon te vervallen of lezers naar een ’hoger plan’ te willen kletsen, juist daarnaar is de consument op zoek.”
10. Wijn is geen consumptieartikel. Wijn is een statussymbool.
“Wijn is meer dan emotie. Wijn is poëzie. Poëzie moet je consumeren om ervan te genieten. Wijn dus ook. Nederland heeft nauwelijks een wijncultuur. En we zijn ook nog steeds geen overtuigde wijndrinkers aan de dis. Maar dat kan veranderen. Want als wijn alleen maar een statussymbool zou zijn, zou er bij de prijsboksers niet zoveel van dat ondrinkbare sap worden omgezet. Voor de categorie consumenten die wijnen kiest tussen de vijf en de vijftien euro is wijn echt een consumptieartikel. Iets anders wordt het als je hoort dat een Cheval Blanc 450 euro moet kosten, Dat drink je er niet aan af. Dan hebben we te maken met een statussymbool. Ik denk dat daar in wijndrinkend Nederland, buiten de kring van verzamelaars, geen plaats voor is. Uitgezonderd die aannemer die de oplevering van een nieuwbouwwijk onlangs vierde met de uitroep: ‘Die rooie van zevenhonderd euro de fles, breng ‘r daar nog maar vijf van!’...”
Over Han Sjakes
Han Sjakes is freelance journalist, gespecialiseerd in wijn, gedistilleerd en horeca. Wijn, bier, whisky, wodka, rum, koffie, thee, limonade, appelsap. Olijfolie, haring, aardappelen, rijst, kuch & bonen... Kijk voor meer info op www.sjakes.com.



