Klik op de foto's voor een vergroting.
Boek eens een wijn...
Apart volkje, die wijnschrijvers. Niet eerder hebben ze zoveel boeken gepresenteerd als deze herfst. Leuk als cadeau voor de feestdagen. Of als relatiegeschenk. Zit er veel nieuws bij? Ligt eraan voor welke doelgroep. En die zijn er nogal wat. Laat ik beginnen met het lachlegioen. En dan bedoel ik niet die gierders die al niet meer bijkomen als een ‘intelletuele’ cabaretier z’n kop vertrekt. Nee, de gezonde schateraars die ook nog hun eigen taal kunnen waarderen. Die hebben wat aan het nieuwste boekje van Hans Melissen. Want die vindt: ‘Fransen kunnen niet koken. En hebben geen verstand van wijn’ Waarom niet? Laat dat maar aan een auteur over die ons al vaker de achterkant van de glamour heeft laten zien. Een toevoeging aan de vaderlandse humor die afstand houdt van het soort lol dat in te grote hoeveelheden van de commerciële schermen rolt. Makkelijk in je binnenzak mee te nemen.
Overgeslagen
Dan zijn er de wijn-‘freaks’. Doorgeslagen, maar onschuldige slikkers, die zelfs in een foute wijn nog een terroir-kanjer zien. Daar is al zoveel tekst aan gewijd dat die in de recente werken maar eens zijn overgeslagen. Vervolgens kennen we de prijskopers die alle reclamefolders verslinden. En hun aldus beïnvloede ‘wijn’ -keuze doorgaans tot hun vijftigste zonder gezondheidsklachten overleven. Een speciale klasse vormen de zichzelf verheffende kenners. Geen proevers, maar snoevers die heftig ja knikken als ze aan zo’n graaierstafel mogen voorproeven. En dan bij nader inzien toch maar de fles terugsturen omdat de wijn zo snel ‘in elkaar zakt’. En tenslotte hebben we nog de geoefende proevers. Die alle trucs doorhebben. En al jaren weten (en ook schrijven) dat wijn pas wijn zou kunnen worden als er meer dan EUR 2,62 per fles (het nationale supermarkt - gemiddelde) aan wordt besteed. Al die doelgroepen worden op hun wenken bediend. Al trakteert de ene schrijver de andere daarbij dan wel eens op een ‘kat’ met ingetrokken nagels.
Grapjas
Eerst kwamen die twee supermarktgidsen, die ik al eerder heb genoemd. Van Harold Hamersma (almanak) en van Nicolaas Klei, die voor het eerst ook aandacht besteedde aan de krimpende ‘superslijters’-divisie. Harald kennen we als een gevatte formuleerder. Nicolaas is meer de onbarmhartige grapjas, die kans ziet in een omsingelende bespiegeling ter grootte van een A-viertje de wijn zelf af te doen met zes woorden. De man heeft teveel geproefd, denk je als je hier en daar z’n afdwalende teksten voor omfietswijnen leest. Maar anderen vinden dat de gids zich laat consumeren ‘als een roman‘. Hou het maar op een kwestie van smaak. Inmiddels zijn er nog twee andere wijngidsen in de markt. Die van Cuno van ’t Hoff , waarmee ik deze column opende. En die van Noële Ruitenberg en Magda van der Rijst. Cuno gaat voor wijnen tussen de 5 en 7 euro. Ruit&Rijst, zoals de vrouwen zich presenteren, trekken de lijn door tot 15 euro. Daar rollen dan ook weer een paar honderd wijnen uit waarvoor je je - naar de opvatting van de auteurs - als drinker of uitschenker niet hoeft te schamen.
Losse trant
Wat in die hoger mikkende wijnliteratuur opvalt is dat de schrijvers de lezers ertoe willen brengen wijnen onder de 5 euro liever links te laten liggen. Doe er een paar euro bij en je hebt dubbel drinkplezier, houdt Cuno z’n lezers voor. Hij beschrijft de wijnen in een taal die klinkt naar het afkeuren van wijnhocus pocus en hete aardappelspraak en bereikt daar een frisse originaliteit in. Sleetse heren – cliche’s zoek je bij hem tevergeefs. Evenals lofzangen op een alleenzaligmakende kurk. Daarnaast staan er in de Cuno-gids makkelijk uitvoerbare tips. Die bij een deel van de gevorderde consumenten wel bekend zijn, maar nog nooit amusant zijn opgeschreven. Een losse aanspreektrant, waarin deugdelijke wijnen vaardig het glas in worden geschreven, laat de gids gemakkelijk lezen.
Wakker schudden
De vrouwen kiezen bij het karakteriseren van wijnen nog voor traditionelere teksten. Groentekarren, bloemenvelden en bodemschatten vinden we terug in een vakjargon, dat ‘modernisten’ steeds vaker inruilen voor exclamaties over stinkende dweilen, gevulde babyluiers, afbijtmiddelen, roesgif en paradijselijk ambrozijn. Het is maar waar je voor kiest. Toch zijn ook deze scribenten bezig de taaihanige ‘wijnspraak’ de rug toe te keren met soepele, hier en daar zelfs dartele omschrijvingen die voortdurend een creatief beroep doen op, om het eens duur te zeggen, vocabulaire variatie. Een wat minder populair geschreven gids dus, maar daarmee nog niet ‘elitair’. De voorlichting is degelijk. De schrijfsters determineren sterk op de afzonderlijke smaakcomponenten van de wijn. Af en toe vallen daarbij ook uitdrukkingen die ik in het wereldje nog nergens ben tegengekomen. Zo zien de dames in een Chardonnay van Bret Brothers een wijn ‘met een opvallend lange lengte’. Bij zo’n wijn kunnen ook ‘zuren door-tango-en’. En het komt ook voor dat de ‘zwoele proloog wordt wakker geschud door versgebrande koffie’. Ruit&Rijst doen dus hun best om het plastisch te vertellen. En dat zal beter lukken naarmate de bombast achterwege blijft.
‘Niet lullen...’
Kortom twee gidsen die naadloos aansluiten op de twee vertrouwde. En nu zicht bieden op kwaliteit tot 15 euro. Dat die er beneden de 5 euro niet kan zijn, is een opvatting die 75 % van de wijnconsumenten helaas niet deelt. Die hebben nog te weinig benul van ‘gepimpte’wijnen, die speciaal voor deze klanten lekker op smaak zijn gemaakt. Of van meuk, die is geflest omdat ie net iets meer opleverde dan de destillatieprijs. Een reden temeer voor de opzet van een kwaliteitswijnblad voor beginners en licht gevorderden, die niet willen worden afgeschrikt met een te hoog instapniveau. Als onderzoekers al jaren rapporteren dat er een groeiende behoefte is aan primaire wijninformatie, zou daar toch brood in moeten zitten.
Aandacht verdient ook een geinig boekje van Harold Hamersma. Het heet: ‘Niet lullen maar drinken’. Het is spoorslags teruggenomen uit de boekhandel, omdat ze bij de uitgeverij de ongecorrigeerde proef hadden laten afdrukken. Komt ervan als je letterlijk opvolgt wat er in die titel staat. In het boekje wordt nog eens met eigen stoffering en met humor verteld wat de gevorderde lezer al vaker in wijnliteratuur is tegengekomen. Aan zin en onzin over onder meer wijnkenners, kwaliteitswijnen, omgaan met wijn, kurketrekkersrampen en medaillepraat. Ik kom erop terug als ik de onverminkte teksten onder ogen krijg.
Nominatie
Matt Skinner, die wijn het liefst uit een denim-zak zo in je handen zou willen tappen, laat zich in polderland opnieuw waarnemen. Niet alleen met z’n gids 2009, maar ook met een ‘chiquer’ uitgevoerd boek: Heard it through the Grapevine’ Weten wat je lekker vindt is mooi. Maar je geniet meer als je ook weet waarom. Zegt deze lekker-discipel. Matt, wijnmeester bij Jamie Oliver, mag zich ook tooien met een nieuwe ‘nominatie’. De krant ‘The Guardian’ vindt hem ‘de hipste sommelier’ van Londen. En dat herken je ook in z’n teksten. Wat je voor wijn over hebt, betaalt zich terug, vindt Matt. Jammer voor al die prijsdrinkers....



