Klik op de foto's voor een vergroting.
Volkse wijntaal
Daarmee wil Hamersma afrekenen met het interessante ‘gedoe’ onder betweters en onbenullen, die meer aan wijnonzin uitbraken, dan ze in een heel jaar aan meuk naar binnen werken. Want er wordt wat ‘afgeouwehoerd’ bij die vino’s. Ga maar eens naar zo’n wijnclubavond. Waar de voorganger met zo’n ‘nonchalante’ gebreide driekleurenlasso om z’n nek de proeverij verbaal ontkleurt. Daarmee kan Harold voor z’n wijnperiodieken alleen al weken toe. Of kijk eens op prikborden. Waar quasikenners zich onder applaus uitsloven om in armetierige wijnspraak ‘het verschil te maken’ met het ongeletterde beschrijvingsgrauw. Nee, Harold geeft ze terecht eens stevig op hun ‘flikker’. Kurkgekte, medailleneurose, kurkentrekkersdrama’s, foute omgang met wijn. Stuk voor stuk onderwerpen die al eens langs zijn gekomen. Maar Harold pepert het de lezer nog eens stevig in. In sappige taal. Breed in de mond. Kruidig, tanninerijk en met een redelijk geinige afdronk.
Harold houdt van zelf bedachte typeringen en beeldspraak, al klinken z’n zinnen vaak dreunend a-ritmisch. En daarom alleen al is dit boekje het consumeren waard. Daarmee is het genot overigens nog lang niet gekwantificeerd. Want bij herhaling verlaten plastische voorbeelden van snoeverij en misplaatste wijnosofie zijn ‘droombiotoop’. Hamersma is er niet op uit om alles grammaticaal perfect gepolijst in hoofdstukken te ordenen. Eerder gaat het hem om de glimlach bij de lezer, die zich in menige situatie herkent. Vooral daarin schuilt de charme van de verhalen.
Over de cartoons ben ik minder te spreken. Ze bevatten niet de ‘pakkende’ humor waarvan je direct ‘in een deuk’ behoort te raken. Ze zijn hier en daar wat gezocht en inhoudelijk niet aan de teksten gewaagd. Bovendien zijn de tekstballonnen verre van foutloos. Zo begint de cartoonist met de opmerking dat hij ‘Zin en onzin over wijn ‘ een betere titel voor het boek acht. Ik vind van niet. ‘Onzin over wijn’, dat kan. Maar : ‘Zin over wijn’, dat bekt niet. ‘Zin in wijn’ weer wel, maar dan loopt de boel vast. Schrappen dus dat tekstuele geknoei.
Wat verder lees ik dat iemand ‘ zich verkneukelt over een biertje’. Kan niet. Wel: in een biertje. De cartoonist probeert ook grappig te wezen met bewoordingen als ‘pissen’ en ‘gezeik’. En wijn is bij hem onzijdig. Want hij heeft het steeds over ‘het’, als ie over deze vloeistof praat. En hoe lollig vind je deze aan het adres van een meid met priemende prammen: ‘Deze wijn kan ik niet thuisbrengen. Maar u wel’. Kolossale vondst toch?
Het is dat het boekje er minder grijs door oogt. Maar verder doet het niveau van die cartoons eerder afbreuk aan Hamersma’s verhalen dan dat ze er extra glans door krijgen. Geen combinatie om te herhalen, lijkt mij. Als solist is Harold sterk genoeg.



