Wijnfabriek van 2600 jaar

Archeologen hebben in Libanon een ‘wijnfabriek’ van wel 2.600 jaar oud opgegraven, de oudste in die regio tot zover. En dus eentje waar ze de druiven nog met de voeten pletten. Het bassin waar het sap van de druiven in terecht kwam, kon wel 1.200 liter druivensap opvangen.

 

De opgravingen werden gedaan in Tell el-Burak, ongeveer acht kilometer ten zuiden van de Libanese kuststad Sidon: de ideale uitvalsbasis voor zeevaarders en handelaars. De oude wijnpers die er teruggevonden werd, bestaat uit een grote stenen trog waar de druiven in verzameld werden. Daaronder een bassin waar het uitgeperste sap in terecht kwam. De vondst werpt volgens de archeologen een nieuw licht op de wijnbereiding door de Feniciërs, waaraan we de bekendheid van de drank misschien wel te danken hebben.

 

Feniciërs

De oude wijnpers was immers eigendom van de Feniciërs (de inwoners van het huidige Libanon). “Ze hebben wijn niet uitgevonden, maar het was wel een belangrijk handelsartikel van de Feniciërs”, vertelt Hélène Sader, archeoloog aan de Amerikaanse universiteit van Beiroet (AUB) en medeonderzoeker. “Vooral de wijn uit de Sidon-regio was wereldberoemd.”

Zo namen zeelui grote karaffen wijn mee naar Noord-Afrika, Spanje, Sicilië, Frankrijk, Griekenland en Italië, waar ze de druivendrank al wel kenden, maar deze nog niet zo populair was. “De Feniciërs introduceerden er een nieuwe manier om wijn te drinken”, aldus Stephen Batiuk, professor archeologie aan de universiteit van Toronto.