We hebben 134 gasten en geen leden online

Unieke bezoekers

4017990
Vandaag
Gisteren
Deze week
-
Deze maand
Vorige maand
Totaal vanaf maart 2013
612
1559
5129
1372732
18900
55196
4017990

Uw IP: 18.204.55.168
13-08-2020 10:05

Column: Hoera, ik mag weer

Hoera, een invitatie voor de Pers-wijnproeverij Union des Grands Crus de Bordeaux. Een ‘must-attend’ zelfs, vindt de Nederlandse organisatie van dit Franse evenement in overbodig Engels. Het zag er naar uit dat ik zo’n uitnodiging nooit meer zou krijgen. Want dat was een deel van de straf die ik had te ondergaan voor de stoutmoedigheid een column te schrijven over het commerciële gedrag van de hoofdredacteur. De man die zo graag ‘wijnjournalist’ wil zijn, maar de daarbij behorende beroepscodes negeert als dat hem zo uitkomt. Hij liet uit het niets opgevoerde anonymi het woord ‘fossiel’ aan mijn adres uitspreken. Terwijl duizenden bezoekers per jaar ervaren dat ik op (hoog)bejaarde leeftijd mijn dagen nog niet doorkom met het zingen van kinderliedjes. Maar onder andere met nieuws en onderzoek in de wijnwereld, waarbij het blad voor de mond niet tot mijn attributen behoort.

 

 

Wegkijken

Braver is de koers van wat zichzelf vanuit de Perswijn-redactiekring bij herhaling als ‘prachtblad’ liet etaleren. Dat blijft de wijnwereld overwegend voorstellen als een schatkamer aan wingerds. Het aangeboden ‘wijnnieuws’  komt er steeds verschaald en bekaaid vanaf omdat het blad meestal later verschijnt dan dat de actualiteit zich heeft voorgedaan. Af en toe laat de redactie eens iemand een minder geslaagd glas aan de mond zetten. Maar voor het overige lijkt wijn in dit blad tot ongenoegen van de alcohol-uitroeiers onmisbaar voor iemands professioneel levensgeluk. Alsof er in het wijnuniversum niet genoeg gebeurt dat op z’n minst een kritische kanttekening waard is, laat staan een regelrechte afkeuring. Als het daar op aankomt, onderscheidt het blad zich, op een enkele analyserende column na, in wegkijken.

 

Op zichzelf levert de onderwerpkeuze menig boeiend en wetenswaardig wijnartikel op. Ook de interviews en achtergrondverhalen zijn met ( soms al te diepgravende) kennis van zaken geschreven. En daar wil ik het tijdschrift graag voor complimenteren. Maar daarmee wordt de lezer wel eenzijdig geïnformeerd.

 

Zelfpromotie

En dan zijn er nog die eindeloze reeksen proefnotities in cliché-stijl, waarvan ik mij altijd al heb afgevraagd wat die buiten eenmalig verteer voor elkaar bespiedende 'critici' en commercieel belanghebbenden nog voor nut hebben. Die komen dan van een ‘proefpanel’, dat zoiets als erezetels heeft klaar staan voor gepokte en gemazelde proevers, die voor deze degustaties worden ‘aangezocht’. Die notities kunnen niet meer zijn dan indicaties voor (aromatische) smaakrichting, beleving en stijl. Want ieder individu ervaart een wijn op zijn manier, afhankelijk van genetische aanleg en een al dan niet geoefend palatum.

 

Niettemin heeft het blad zich ook in dit opzicht jarenlang geafficheerd als ”een van de meest toonaangevende” wijntijdschriften. Op 19 december van het afgelopen jaar liet het zichzelf, niet gehinderd door passende bescheidenheid, promoveren tot “hét toonaangevende wijnmagazine voor wijnliefhebbers en professionals in Nederland en België”, nadat de gelederen van gedrukte wijnmedia al enige tijd drastisch waren uitgedund. Daar kwam nog een eigen kwalificatie bovenop. Want het blad vindt zichzelf ook nog eens ‘het meest invloedrijk’, droevig Nederlands voor ‘het invloedrijkst’.

 

Respect

En uitgerekend de ‘event’-organisatie daarachter belooft mij nu weer een vrij ‘ticket’, want kaartjes zijn ‘uit’. Dat zou dus een vredig 2020 moeten worden voor de relatie Perswijn-Wijnwijs. Maar wie nou denkt dat die toegang ongeconditioneerd is vrij gegeven, vergist zich. Ik dien mij binnen de poort te gedragen naar de op de website gepubliceerde regels die de organisatie aan bezoekers stelt. Die heb ik erop nagelezen en geconstateerd dat ik ze sinds het bestaan ervan bij eerdere bezoeken nooit heb overtreden. Zelfs onder m'n jas geen aangebroken fles meegenomen die een bevriende Franse wijnmaker me cadeau had willen doen. Dus wat dat betreft kunnen de beveiligers gerust zijn. Weerspannig gedrag reserveer ik hoogstens voor ‘masterclasses’ van opgeblazen ego-verkopers die alleen zichzelf ‘meesterlijk’ vinden.

 

Perswijn, dat ik heb gevraagd naar het waarom van deze wending, dank ik voor de toch maar uitgestoken hand. Mijn vredige natuur geeft mij in dat ik die moet opvatten als een ‘herschikking’ van de verhoudingen. In die zin, dat de allergie voor kritiek daar plaats lijkt te hebben gemaakt voor tolerantie en respect voor ándere zienswijzen in de wijnwereld, dan die waarin de chef van het ‘prachtblad’ zich tot nog toe liet herkennen.

Vrede zij ook met hém.